Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2025:1053 ECLI:NL:RVS:2025:1053 AI generated

ECLI:NL:RVS:2025:1053 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2025:1053
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202408095/1/A2. Datum uitspraak: 17 februari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellante], wonend in [woonplaats], appellante, en het College van Beroep voor de examens van de Christelijke Hogeschool Windesheim Zwolle (hierna: het college), verweerder. Openbare zitting gehouden op 17 februari 2025 om 15:45 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. J.Th. Drop, voorzitter Griffier: mr. P.A. de Vink Jurist: mr. A. Zeilstra Verschenen: [appellante]; het college, vertegenwoordigd door J.W. Gerritsen. ==================================== Het beroep richt zich tegen de beslissing van het college van 22 oktober 2024. In die beslissing heeft het college het administratief beroep van [appellante] tegen de beslissingen van 14 september 2023, waarbij de examinator aan haar toetsen BDK M7 Ontwerpen van bedrijfskundige oplossingen 1 en BDK M8 Ontwerpen van bedrijfskundige oplossingen 2 de cijfers 4,3 en 3,0 heeft toegekend, niet-ontvankelijk verklaard. Beslissing De Afdeling verklaart het beroep ongegrond. Motivering: Niet in geschil is dat de termijn voor het instellen van administratief beroep tegen de beslissingen van 14 september 2023 liep tot en met 26 oktober 2023 en dat [appellante] op 26 september 2024 en dus te laat administratief beroep heeft ingesteld. Op 30 januari 2024 heeft de grote kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vier uitspraken gedaan (ECLI:NL:CBB:2024:31, ECLI:NL:CBB:2024:32, ECLI:NL:CBB:2024:33 en ECLI:NL:CBB:2024:34), die nieuwe regels stellen voor de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. De Afdeling moet de vraag of zich bijzondere omstandigheden voordeden die maken dat de termijnoverschrijding niet aan [appellante] kan worden toegerekend bezien in het licht van die uitspraken. Het college heeft naar het oordeel van de Afdeling terecht het standpunt ingenomen dat [appellante] geen omstandigheden heeft aangedragen die ertoe leiden dat de termijnoverschrijding niet aan haar kan worden toegerekend. In de beslissingen van 14 september 2023 is duidelijk zichtbaar een beroepsclausule opgenomen waarin op de juiste wijze is vermeld dat tegen de beoordelingen binnen zes weken beroep kan worden ingesteld en dat het beroepschrift moet worden gericht aan het college. Daarbij wijst de Afdeling erop dat ook in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, van het Reglement College van Beroep voor de Examens Windesheim staat dat uitgeschreven studenten administratief beroep kunnen indienen. Het betoog van [appellante] dat door herhaalde opmerkingen van haar docenten bij haar de indruk is ontstaan dat zij geen administratief beroep tegen de beoordelingen kon instellen zolang zij niet stond ingeschreven, volgt de Afdeling dan ook niet. Tijdens de zitting is bovendien aannemelijk geworden dat de opmerkingen van de docenten betrekking hadden op de mogelijkheid tot het aanvragen van een second opinion bij de examencommissie en niet op de mogelijkheid tot het instellen van administratief beroep bij het college. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. Drop lid van de enkelvoudige kamer w.g. De Vink griffier 154-1129

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2025:1053 · Raad van State: 202408095/1/A2. Datum uitspraak: 17 februari 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellante], wonend in [woonplaats], appellante, en het College van Beroep voor de examens van de Christelijke Hogeschool Windesheim Zwolle (hierna: het college), verweerder. Openbare zitting gehouden op 17 februari 2025 om 15:45 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. J.Th. Drop, voorzitter Griffier: mr. P.A. de Vink Jurist: mr. A. Zeilstra Verschenen: [appellante]; het college, vertegenwoordigd door J.W. Gerritsen. ==================================== Het beroep richt zich tegen de beslissing van het college van 22 oktober 2024. In die beslissing heeft het college het administratief beroep van [appellante] tegen de beslissingen van 14 september 2023, waarbij de examinator aan haar toetsen BDK M7 Ontwerpen van bedrijfskundige oplossingen 1 en BDK M8 Ontwerpen van bedrijfskundige oplossingen 2 de cijfers 4,3 en 3,0 heeft toegekend, niet-ontvankelijk verklaard. Beslissing De Afdeling verklaart het beroep ongegrond. Motivering: Niet in geschil is dat de termijn voor het instellen van administratief beroep tegen de beslissingen van 14 september 2023 liep tot en met 26 oktober 2023 en dat [appellante] op 26 september 2024 en dus te laat administratief beroep heeft ingesteld. Op 30 januari 2024 heeft de grote kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vier uitspraken gedaan (ECLI:NL:CBB:2024:31, ECLI:NL:CBB:2024:32, ECLI:NL:CBB:2024:33 en ECLI:NL:CBB:2024:34), die nieuwe regels stellen voor de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. De Afdeling moet de vraag of zich bijzondere omstandigheden voordeden die maken dat de termijnoverschrijding niet aan [appellante] kan worden toegerekend bezien in het licht van die uitspraken. Het college heeft naar het oordeel van de Afdeling terecht het standpunt ingenomen dat [appellante] geen omstandigheden heeft aangedragen die ertoe leiden dat de termijnoverschrijding niet aan haar kan worden toegerekend. In de beslissingen van 14 september 2023 is duidelijk zichtbaar een beroepsclausule opgenomen waarin op de juiste wijze is vermeld dat tegen de beoordelingen binnen zes weken beroep kan worden ingesteld en dat het beroepschrift moet worden gericht aan het college. Daarbij wijst de Afdeling erop dat ook in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, van het Reglement College van Beroep voor de Examens Windesheim staat dat uitgeschreven studenten administratief beroep kunnen indienen. Het betoog van [appellante] dat door herhaalde opmerkingen van haar docenten bij haar de indruk is ontstaan dat zij geen administratief beroep tegen de beoordelingen kon instellen zolang zij niet stond ingeschreven, volgt de Afdeling dan ook niet. Tijdens de zitting is bovendien aannemelijk geworden dat de opmerkingen van de docenten betrekking hadden op de mogelijkheid tot het aanvragen van een second opinion bij de examencommissie en niet op de mogelijkheid tot het instellen van administratief beroep bij het college. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. Drop lid van de enkelvoudige kamer w.g. De Vink griffier 154-1129

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CBB:2024:31
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1049 uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht van de grote kamer van 30 januari 2024 in de zaak tussen Black Label Hotel Valkenburg B.V., te Maastricht (de onderneming) (gemachtigde: mr. F.M.C. van Helmond) en de minister van Economische Zaken en Klimaat (gemachtigden: mr. M.J.H. van der Burgt en mr. E. Slot) Procesverloop Met het besluit van 5 januari 2022 (het vaststellingsbesluit) heeft de minister de aan de onderneming op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) verleende subsidie voor het eerste kwartaal van 2021 vastgesteld op € 45.514,10,- en een bedrag van € 47.950,82 aan teveel betaalde voorschotten teruggevorderd.
ECLI:NL:CBB:2024:32
beslissing COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/182 beslissing van de grote kamer van 30 januari 2024 tot heropening van het onderzoek in de zaak tussen Trichter B.V., te Maastricht (de onderneming) (gemachtigden: mr. L.C. van Kasteren en mr. J. van Weerden) en de minister van Economische Zaken en Klimaat (gemachtigden: mr. M.J.H. van der Burgt en mr. E. Slot) Procesverloop Met het besluit van 30 juni 2022 heeft de minister de aanvraag van de onderneming voor een subsidie op grond van de Tijdelijke regeling aanvullende subsidie evenementen COVID-19 afgewezen.
ECLI:NL:CBB:2024:33
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/2531 uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht van de grote kamer van 30 januari 2024 in de zaak tussen Markant Recreatie B.V., te Braamt (de onderneming) (gemachtigde: J.G.H. Kelderman RA) en de minister van Economische Zaken en Klimaat (gemachtigden: mr. M.J.H. van der Burgt en mr. E. Slot) Procesverloop Met het besluit van 17 mei 2022 (het vaststellingsbesluit) heeft de minister de aan de onderneming op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) verleende subsidie voor het tweede kwartaal van 2021 vastgesteld op € 0,- en het betaalde voorschot van € 34.733,32 teruggevorderd.
ECLI:NL:CBB:2024:34
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1193 uitspraak van de grote kamer van 30 januari 2024 in de zaak tussen Greenboats B.V., te Amsterdam (de onderneming) (gemachtigden: mr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text