Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:969 ECLI:NL:RVS:2024:969 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:969 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:969
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202304660/1/R4. Datum uitspraak: 5 maart 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Hilversum, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 12 juli 2023 in zaak nr. 22/5969 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Hilversum. Openbare zitting gehouden op 5 maart 2024 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. H.C.P. Venema, voorzitter griffier: mr. W.D.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2024:969 · Raad van State: 202304660/1/R4. Datum uitspraak: 5 maart 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Hilversum, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 12 juli 2023 in zaak nr. 22/5969 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Hilversum. Openbare zitting gehouden op 5 maart 2024 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. H.C.P. Venema, voorzitter griffier: mr. W.D.

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum uitspraak: 5 maart 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Hilversum, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 12 juli 2023 in zaak nr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202304660/1/R4. Datum uitspraak: 5 maart 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Hilversum, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 12 juli 2023 in zaak nr. 22/5969 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Hilversum. Openbare zitting gehouden op 5 maart 2024 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. H.C.P. Venema, voorzitter griffier: mr. W.D.

Kamphorst-Timmer Verschenen: [appellant]; Het college, vertegenwoordigd door mr. J.C. Bartelman; Bij besluit van 7 november 2022 heeft het college aan de gemeente Hilversum een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van 18 bomen op diverse locaties in de gemeente Hilversum. Bij besluit van 7 december 2022 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij mondelinge uitspraak van 12 juli 2023 heeft de rechtbank Midden-Nederland het door [appellant] tegen het besluit van 7 december 2022 ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak. De Afdeling: bevestigt de aangevallen uitspraak. Daartoe wordt het volgende overwogen: [appellant] heeft betoogd dat de rechtbank niet heeft onderkend dat hij toch een persoonlijk belang heeft bij het besluit van 7 november 2022, omdat het college onzorgvuldig heeft gehandeld bij de behandeling van de aanvraag van de gemeente Hilversum om een omgevingsvergunning voor het kappen van de betreffende bomen. Hij stelt zich op het standpunt dat het onzorgvuldig handelen van het college niet alleen hem raakt, maar ook andere inwoners van de gemeente.

Niet in geschil is dat [appellant] geen gevolgen van enige betekenis ondervindt van de kap van de bomen. De bomen waarop het besluit van 7 november 2022 betrekking heeft staan op een afstand van meer dan 400 m van zijn woning en hij heeft er geen zicht op. Naar het oordeel van de Afdeling zijn de rechtbank en het college daarom terecht tot de conclusie gekomen dat [appellant] geen persoonlijk belang heeft bij het besluit van 7 november 2022. Het feit dat hij en ook andere inwoners van Hilversum er belang bij hebben dat besluiten over omgevingsvergunning voor het kappen in zijn algemeenheid voldoende duidelijk zijn, maakt ook niet dat hij een persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks bij de verlening van de omgevingsvergunning is betrokken.

Gelet hierop kan [appellant] niet als belanghebbende worden aangemerkt. Het college heeft dan ook terecht het bezwaar niet ontvankelijk verklaard. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. Venema lid van de enkelvoudige kamer w.g. Kamphorst-Timmer griffier 776