Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:766 ECLI:NL:RVS:2024:766 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:766 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:766
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Volgens artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet blijft het oude recht van toepassing op een beroep tegen een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage lag. Het ontwerpplan is op 30 april 2020 ter inzage gelegd, zodat op dit beroep het oude recht, inclusief de Wet ruimtelijke ordening, van toepassing blijft.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2024:766 · Raad van State: Volgens artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet blijft het oude recht van toepassing op een beroep tegen een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage lag. Het ontwerpplan is op 30 april 2020 ter inzage gelegd, zodat op dit beroep het oude recht, inclusief de Wet ruimtelijke ordening, van toepassing blijft.

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum uitspraak: 20 februari 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: Stichting het Uilennest, gevestigd te Loon op Zand, appellante, en de raad van de gemeente Loon op Zand, verweerder.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202102215/1/R2. Datum uitspraak: 20 februari 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: Stichting het Uilennest, gevestigd te Loon op Zand, appellante, en de raad van de gemeente Loon op Zand, verweerder. Openbare zitting gehouden op 20 februari 2024 om 09:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. E.A. Minderhoud, voorzitter griffier: mr. M. Scheele jurist: mr. T.T. Schipper De volgende partij heeft deelgenomen: De raad van de gemeente Loon op Zand, vertegenwoordigd door mr. G.A.H.M. Meij en G. van de Vrande. Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 11 februari 2021, waarbij het bestemmingsplan "Weteringstraat 15B te Loon op Zand" is vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om een vrijstaande woning te bouwen op het perceel Weteringstraat 15b in Loon op Zand. De Afdeling verklaart het beroep ongegrond. Redenen voor dit oordeel:

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Volgens artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet blijft het oude recht van toepassing op een beroep tegen een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage lag. Het ontwerpplan is op 30 april 2020 ter inzage gelegd, zodat op dit beroep het oude recht, inclusief de Wet ruimtelijke ordening, van toepassing blijft.

2. Stichting het Uilennest is gevestigd in het bedrijfspand ten noorden van het plangebied, aan de Weteringstraat 17a. De Stichting betoogt dat het bestemmingsplan de verkeersveiligheid in de Weteringstraat aantast vanwege een toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het bestemmingsplan.

3. De Afdeling stelt vast dat het bestemmingsplan het mogelijk maakt om op eigen terrein te parkeren. De raad heeft toegelicht dat de beoogde woning op het perceel niet zorgt voor een substantiële toename van het aantal verkeersbewegingen in de Weteringstraat. Hoewel de Afdeling zich kan voorstellen dat het gezien een breedte van de Weteringstraat van ongeveer drie meter voor automobilisten soms lastig is om elkaar te passeren, is zij van oordeel dat de raad zich gelet op het geringe aantal extra verkeerbewegingen als gevolg van de bouw van één woning op het standpunt heeft mogen stellen dat het plan niet leidt tot een aantasting van de verkeersveiligheid in de Weteringstraat. Wat Stichting het Uilennest voor het overige naar voren heeft gebracht geeft de Afdeling geen aanleiding om tot een andere uitkomst te komen.

4. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. Minderhoud lid van de enkelvoudige kamer w.g. Scheele griffier 723-1075