Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:688 ECLI:NL:RVS:2024:688 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:688 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:688
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202307740/1/V2. Datum uitspraak: 19 februari 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [vreemdeling 1], [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kinderen, appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 20 november 2023 in zaken nrs. NL23.33534 en NL23.33536 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluiten van 16 oktober 2023 heeft de staatssecretaris de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:688 · Raad van State: 202307740/1/V2. Datum uitspraak: 19 februari 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [vreemdeling 1], [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kinderen, appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 20 november 2023 in zaken nrs. NL23.33534 en NL23.33536 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluiten van 16 oktober 2023 heeft de staatssecretaris de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202307740/1/V2. Datum uitspraak: 19 februari 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [vreemdeling 1], [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kinderen, appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 20 november 2023 in zaken nrs. NL23.33534 en NL23.33536 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluiten van 16 oktober 2023 heeft de staatssecretaris de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 20 november 2023 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. E.A.A. Charry, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. De vreemdelingen zijn in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten. Overwegingen 1. De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde ingevolge artikel 69, tweede lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000 op 27 november 2023 (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 27 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2795, onder 1).

Volgens de rechtsmiddelenclausule onder de uitspraak van de rechtbank eindigde de termijn op 18 december 2023. Het hogerberoepschrift is pas na die laatste datum bij de Raad van State binnengekomen. De vreemdelingen hebben het hogerberoepschrift daarom hoe dan ook niet op tijd ingediend. De vreemdelingen hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid redenen aan te voeren waarom het hoger beroep toch in behandeling moet worden genomen.

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Prins griffier Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2024 992