Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:4955 ECLI:NL:RVS:2024:4955 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:4955 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:4955
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202406918/3/A2. Datum beslissing: 3 december 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op het verzoek om verschoning (ex artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) van: mr. G.T.J.M. Jurgens Procesverloop Ten aanzien van zaak nr. 202406918/1/A2, die op 9 december 2024 op zitting zal worden behandeld, heeft staatsraad mr. G.T.J.M. Jurgens (hierna: de staatsraad), die als lid van de enkelvoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 2 december 2024 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. Overwegingen 1. Ingevolge artikel 8:19, eerste lid, van de Awb kan op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen. In artikel 8:15 is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2024:4955 · Raad van State: De staatsraad heeft te kennen gegeven dat zij bij de voorbereiding van de zaak heeft geconstateerd dat het beroep gaat over een beslissing van de Universiteit Utrecht. De staatsraad is als honorair hoogleraar bestuursrecht verbonden aan deze universiteit. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van het beroep te voorkomen, heeft zij verzocht om verschoning.

Keywords

AI generated
artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum beslissing: 3 december 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op het verzoek om verschoning (ex artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) van: mr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202406918/3/A2. Datum beslissing: 3 december 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op het verzoek om verschoning (ex artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) van: mr. G.T.J.M. Jurgens Procesverloop Ten aanzien van zaak nr. 202406918/1/A2, die op 9 december 2024 op zitting zal worden behandeld, heeft staatsraad mr. G.T.J.M. Jurgens (hierna: de staatsraad), die als lid van de enkelvoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 2 december 2024 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. Overwegingen 1. Ingevolge artikel 8:19, eerste lid, van de Awb kan op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen. In artikel 8:15 is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat zij bij de voorbereiding van de zaak heeft geconstateerd dat het beroep gaat over een beslissing van de Universiteit Utrecht. De staatsraad is als honorair hoogleraar bestuursrecht verbonden aan deze universiteit. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van het beroep te voorkomen, heeft zij verzocht om verschoning.

3. De Afdeling acht, gezien deze motivering, inwilliging van het verzoek gerechtvaardigd.

4. Gelet op het vorenstaande, wordt het verzoek toegewezen. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek toe. Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzitter, en mr. H.G. Sevenster en mr. A. ten Veen, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, griffier. w.g. Minderhoud voorzitter w.g. Pieters griffier Uitgesproken in het openbaar op 3 december 2024