Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:4896 ECLI:NL:RVS:2024:4896 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:4896 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:4896
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202401739/1/A2. Datum uitspraak: 25 november 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 maart 2024 in zaak nr. 23/5493 in het geding tussen: [appellant] en het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: het CBR). Openbare zitting gehouden op 25 november 2024 om 14:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer; mr.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2024:4896 · Raad van State: 202401739/1/A2. Datum uitspraak: 25 november 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 maart 2024 in zaak nr. 23/5493 in het geding tussen: [appellant] en het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: het CBR). Openbare zitting gehouden op 25 november 2024 om 14:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer; mr.

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum uitspraak: 25 november 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 maart 2024 in zaak nr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202401739/1/A2. Datum uitspraak: 25 november 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 maart 2024 in zaak nr. 23/5493 in het geding tussen: [appellant] en het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: het CBR). Openbare zitting gehouden op 25 november 2024 om 14:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer; mr.

M.M. Engele, griffier. Verschenen: Het CBR, vertegenwoordigd door mr. drs. M.M. Kleijbeuker. Bij besluit van 19 juni 2023 heeft het CBR bepaald dat [appellant] zijn medewerking moet verlenen aan een rijvaardigheidsonderzoek. Het hiertegen gemaakt bezwaar heeft het CBR bij besluit van 31 juli 2023 ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank, waarin het beroep van [appellant] tegen het besluit van 31 juli 2023 ongegrond is verklaard. De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak. Gronden De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd, zijn een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd.

De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zouden zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder rechtsoverweging 10 tot en met 12 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. [appellant] heeft er wel terecht op gewezen dat in de aangevallen uitspraak ten onrechte wordt gesproken van ‘medisch onderzoek’. Dit betekent niet dat de uitspraak voor het overige onjuist is.

Het CBR hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. Daalder lid van de enkelvoudige kamer w.g. Engele griffier 1033