Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:4655 ECLI:NL:RVS:2024:4655 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:4655 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:4655
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202404968/1/V3. Datum uitspraak: 18 november 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], mede namens zijn minderjarige kinderen, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 9 juli 2024 in zaak nr. 23/6469 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Buitenlandse Zaken. Procesverloop Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:4655 · Raad van State: 202404968/1/V3. Datum uitspraak: 18 november 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], mede namens zijn minderjarige kinderen, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 9 juli 2024 in zaak nr. 23/6469 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Buitenlandse Zaken. Procesverloop Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202404968/1/V3. Datum uitspraak: 18 november 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], mede namens zijn minderjarige kinderen, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 9 juli 2024 in zaak nr. 23/6469 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Buitenlandse Zaken. Procesverloop Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 17 mei 2023 heeft de minister het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 9 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J. van Bennekom, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. De vreemdeling is in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten. Overwegingen 1. De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde op 6 augustus 2024. Het hogerberoepschrift is daarna bij de Raad van State binnengekomen.

De vreemdeling heeft het hogerberoepschrift daarom niet op tijd ingediend. De vreemdeling heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid redenen aan te voeren waarom het hoger beroep toch in behandeling moet worden genomen.

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J.P.G. van Bekhoven, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van Bekhoven griffier Uitgesproken in het openbaar op 18 november 2024 959