Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:4597 ECLI:NL:RVS:2024:4597 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:4597 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:4597
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202404788/1/R2. Datum uitspraak: 13 november 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in Klundert, gemeente Moerdijk, appellant, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland­West­Brabant van 12 juli 2024 in zaak nr. 24/3250 en 24/3251 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk Procesverloop Bij besluit van 12 december 2022 heeft het college [appellant] opgedragen om de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de bestemmingsplannen "Woonwijken Zevenbergen" en "Veegplan kernen 2017" te beëindigen en beëindigd houden.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2024:4597 · Raad van State: 202404788/1/R2. Datum uitspraak: 13 november 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in Klundert, gemeente Moerdijk, appellant, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland­West­Brabant van 12 juli 2024 in zaak nr. 24/3250 en 24/3251 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk Procesverloop Bij besluit van 12 december 2022 heeft het college [appellant] opgedragen om de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de bestemmingsplannen "Woonwijken Zevenbergen" en "Veegplan kernen 2017" te beëindigen en beëindigd houden.

Keywords

AI generated
artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202404788/1/R2. Datum uitspraak: 13 november 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in Klundert, gemeente Moerdijk, appellant, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland­West­Brabant van 12 juli 2024 in zaak nr. 24/3250 en 24/3251 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk Procesverloop Bij besluit van 12 december 2022 heeft het college [appellant] opgedragen om de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de bestemmingsplannen "Woonwijken Zevenbergen" en "Veegplan kernen 2017" te beëindigen en beëindigd houden.

Als [appellant] dat niet doet, dan moet hij een dwangsom van € 10.000,00 per constatering per woning betalen. Bij besluit van 12 juli 2023 heeft het college het door [appellant] daartegen ingestelde bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 12 juli 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht ter zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb heeft gesloten.

Overwegingen 1. [appellant] heeft eerder verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter van de Afdeling heeft in de uitspraak van 26 augustus 2024 dit verzoek afgewezen en daarbij toegelicht waarom het niet aannemelijk is dat het oordeel van de rechtbank onjuist is. De Afdeling is het eens met dit oordeel en ziet in wat [appellant] heeft aangevoerd geen aanleiding voor een ander oordeel.

2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

3. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.M. Ahmady-Pikart, griffier. w.g. Minderhoud lid van de enkelvoudige kamer w.g. Ahmady-Pikart griffier Uitgesproken in het openbaar op 13 november 2024