Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:4573 ECLI:NL:RVS:2024:4573 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:4573 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:4573
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202302228/1/A3. Datum uitspraak: 30 oktober 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in De Knipe, gemeente Heerenveen, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­-Nederland van 17 maart 2023 in zaak nr. 22/2178 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen. Openbare zitting gehouden op 30 oktober 2024 om 14:15 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. J.M.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 1:3 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2024:4573 · Raad van State: 202302228/1/A3. Datum uitspraak: 30 oktober 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in De Knipe, gemeente Heerenveen, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­-Nederland van 17 maart 2023 in zaak nr. 22/2178 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen. Openbare zitting gehouden op 30 oktober 2024 om 14:15 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. J.M.

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 1:3 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 1:3 van de Awb
In geschil is of de reactie van het college in de brief van 11 april 2022 een besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb, waartegen de mogelijkheid van bezwaar openstaat.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202302228/1/A3. Datum uitspraak: 30 oktober 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in De Knipe, gemeente Heerenveen, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­-Nederland van 17 maart 2023 in zaak nr. 22/2178 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen. Openbare zitting gehouden op 30 oktober 2024 om 14:15 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. J.M.

Willems, lid van de enkelvoudige kamer Griffiers: mr. Y. Soffner, mr. S. Langeveld-Mak, mr. K. Carvalho De Afdeling heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op 30 oktober 2024. Partijen hebben zich afgemeld voor de zitting. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 17 maart 2023 van de rechtbank Noord­Nederland, waarin de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 8 juni 2022 ongegrond heeft verklaard. In dit besluit heeft het college het bezwaar van [appellant] tegen de brief van 11 april 2022 niet-ontvankelijk verklaard.

Beslissing De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevallen. Gronden: De Afdeling stelt vast dat het geschil in de kern gaat om de reactie die het college heeft gegeven op de correctieverzoeken die [appellant] heeft gedaan over uitlatingen in twee verschillende verweerschriften in verschillende beroepsprocedures tussen [appellant] en het college bij de rechtbank. In deze verweerschriften staat de zinsnede "wij geven u dan ook in overweging te bevorderen dat het beroep wordt verworpen". In geschil is of de reactie van het college in de brief van 11 april 2022 een besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb, waartegen de mogelijkheid van bezwaar openstaat.

De rechtbank heeft hierover geoordeeld dat de reactie geen besluit is. De gronden die in hoger beroep zijn aangevoerd, zijn zo goed als een herhaling van wat in beroep is aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en de in rechtsoverweging 6 tot en met 7 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. Verder bestaat er dus geen grond voor het oordeel dat het college alsnog een besluit zou moeten nemen.

Het hoger beroep is ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. Willems lid van de enkelvoudige kamer w.g. Soffner griffier 818-1121