Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:4544 ECLI:NL:RVS:2024:4544 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:4544 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:4544
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202304497/1/A2. Datum uitspraak: 28 oktober 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in Almere, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 24 mei 2023 in zaak nr. 22/5479 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Almere (hierna: het college) Openbare zitting gehouden op 28 oktober 2024 om 14:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer Griffier: mr.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2024:4544 · Raad van State: Daarbij heeft het college zich op het standpunt gesteld dat [appellant] geen zicht heeft op de laadpaal, dat de afstand tussen zijn woonadres en de laadpaal meer dan 200 meter is, en dat er geen gevolgen van enige betekenis in termen van parkeerdruk, toename van autoverkeer langs zijn woonadres, of anderszins zijn. De rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 24 mei 2023 ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak. Beslissing De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak. Gronden In artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende degene verstaan wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum uitspraak: 28 oktober 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in Almere, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 24 mei 2023 in zaak nr.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2012:BX2597
Procesverloop Bij besluit van 23 februari 2011 (hierna: het verkeersbesluit) heeft het college, met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, besloten de doorgaande verbinding Rietkraag/Landscheijding/Dijkslag te onderbreken voor gemotoriseerd verkeer, door het aanbrengen van een versmalling aan de Rietkraag onder plaatsing van verkeersborden L8 (doodlopende weg). Bij uitspraak van 31 mei 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 23 februari 2011 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit geheel in stand blijven.
ECLI:NL:RVS:2018:506
201705812/1/A2. Datum uitspraak: 14 februari 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend te Julianadorp, gemeente Den Helder, tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 12 juni 2017 in zaak nr. 16/4757 in het geding tussen: [appellante] en het college van burgemeester en wethouders van Den Helder. Procesverloop Bij brief verzonden op 25 maart 2015 heeft het college geweigerd een verkeersbesluit te nemen tot aanwijzing van [locatie] te Julianadorp als woonerf. Bij besluit van 15 september 2016 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
ECLI:NL:RVS:2020:1541
201906690/1/A2. Datum uitspraak: 1 juli 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 25 juli 2019 in zaak nr. 18/6825 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Berkelland. Procesverloop Bij besluit van 1 maart 2018 heeft het college twee parkeerplaatsen aangewezen als parkeerplaatsen ten behoeve van huisartsen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202304497/1/A2. Datum uitspraak: 28 oktober 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) op het hoger beroep van: [appellant], wonend in Almere, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 24 mei 2023 in zaak nr. 22/5479 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Almere (hierna: het college) Openbare zitting gehouden op 28 oktober 2024 om 14:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer Griffier: mr.

M. Rijsdijk Jurist: mr. F.F. Schuhmacher Verschenen: [appellant], vergezeld van [gemachtigde]; het college, vertegenwoordigd door J.C. Haan, S. Wezenberg en J.J. van Sluis. [appellant] woont in een woning aan de [locatie 1] in Almere. Het college heeft op 28 april 2022 een verkeersbesluit genomen, waarbij twee parkeerplaatsen ter hoogte van de [locatie 2] in Almere zijn aangewezen voor het opladen van elektrische voertuigen. Het daartegen gemaakte bezwaar heeft het college bij besluit van 17 april 2023, onder verwijzing naar het advies van de bezwaarschriftencommissie van 24 september 2022, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat [appellant] geen belanghebbende is bij het genomen besluit.

Daarbij heeft het college zich op het standpunt gesteld dat [appellant] geen zicht heeft op de laadpaal, dat de afstand tussen zijn woonadres en de laadpaal meer dan 200 meter is, en dat er geen gevolgen van enige betekenis in termen van parkeerdruk, toename van autoverkeer langs zijn woonadres, of anderszins zijn. De rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 24 mei 2023 ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak. Beslissing De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak. Gronden In artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende degene verstaan wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie bijvoorbeeld de uitspraken van 25 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX2597, van 14 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:506, en van 1 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1541), is met het stellen van het vereiste van het zijn van belanghebbende een zekere begrenzing beoogd ten aanzien van de mogelijkheid tegen een besluit bezwaar te maken en beroep in te stellen. Het is niet de bedoeling van de wetgever geweest om tegen een verkeersbesluit beroep open te stellen voor een ieder. Bij verkeersbesluiten moet dan ook van geval tot geval worden onderzocht wiens belangen rechtstreeks bij een dergelijk besluit zijn betrokken.

In de hiervoor genoemde uitspraken heeft de Afdeling verder overwogen dat een persoon slechts belanghebbende bij een verkeersbesluit is indien hij of zij een bijzonder, individueel belang heeft bij dat besluit, welk belang zich in voldoende mate onderscheidt van dat van andere weggebruikers. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het college [appellant] terecht niet heeft aangemerkt als belanghebbende. Het bijzonder individueel belang dat [appellant] stelt te hebben bij het verkeersbesluit onderscheidt zich in onvoldoende mate van dat van andere weggebruikers om hem aan te merken als belanghebbende.

Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de laadplaatsen niet in de onmiddellijke nabijheid van de woning van [appellant] zijn gelegen en hij vanuit de woning daarop ook geen zicht heeft, hetgeen hij overigens ook niet heeft betwist. Verder heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat de parkeerdruk in de Jamaicastraat als gevolg van het besluit is toegenomen. Daarbij heeft het college er terecht en onweersproken op gewezen dat hij in ieder geval één auto op eigen terrein kan parkeren. Dat [appellant], naar hij stelt, altijd door de Puerto Ricostraat moet uitrijden en de laadplaatsen een onveilige verkeerssituatie veroorzaken, maakt hem nog geen belanghebbende.

De verkeerssituatie wordt, anders dan hij stelt, door het verkeersbesluit niet ingrijpend veranderd. Dat [appellant] binnen de door het college gehanteerde afstand van 250 meter (loopafstand) vanaf de laadplaatsen woont, is ook onvoldoende om hem als belanghebbende aan te merken. Het college heeft toegelicht dat deze afstand alleen wordt gehanteerd bij het aanvragen van laadplaatsen. Naar het oordeel van de Afdeling is de afstand tussen de woning en de laadplaatsen zo groot dat [appellant] ook daarom geen belanghebbende is. De conclusie is dus dat zijn belang zich onvoldoende onderscheidt van andere weggebruikers, zodat hij geen belanghebbende is.

Het hoger beroep is ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. Drop lid van de enkelvoudige kamer w.g. Rijsdijk griffier 705-1132