Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:4528 ECLI:NL:RVS:2024:4528 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:4528 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:4528
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202406516/2/V1. Datum uitspraak: 7 november 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, verzoeker, Tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 27 september 2024 in zaak nr. NL24.30440 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de minister.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2024:4528 · Raad van State: 202406516/2/V1. Datum uitspraak: 7 november 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, verzoeker, Tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 27 september 2024 in zaak nr. NL24.30440 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de minister.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202406516/2/V1. Datum uitspraak: 7 november 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, verzoeker, Tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 27 september 2024 in zaak nr. NL24.30440 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de minister.

Procesverloop De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 27 september 2024 heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard, de minister opgedragen om binnen zestien weken een besluit op de asielaanvraag te nemen en bepaald dat de minister aan de vreemdeling een dwangsom verbeurt van € 100,00 voor elke dag waarmee hij die termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,00. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Overwegingen 1. De minister verzoekt de voorzieningenrechter om hangende het hoger beroep de voorlopige voorziening te treffen dat de uitspraak van de rechtbank wordt geschorst.

2. Gelet op de belangen die de minister en de vreemdeling naar voren hebben gebracht en gelet op de huidige problemen in de beslispraktijk (vgl. de uitspraak van de Afdeling van 10 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2829, onder 23) treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.

3. Het verzoek wordt toegewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: schorst bij wijze van voorlopige voorziening de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 27 september 2024 in zaak nr. NL24.30440. Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Jongeneel, griffier. w.g. Van Gastel voorzieningenrechter w.g. Jongeneel griffier Uitgesproken in het openbaar op 7 november 2024 958