Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:3899 ECLI:NL:RVS:2024:3899 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:3899 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:3899
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202405898/3/V2. Datum uitspraak: 25 september 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's­Hertogenbosch, van 22 augustus 2024 in zaak nr. NL23.22954 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Asiel en Migratie.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2024:3899 · Raad van State: 202405898/3/V2. Datum uitspraak: 25 september 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's­Hertogenbosch, van 22 augustus 2024 in zaak nr. NL23.22954 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Asiel en Migratie.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202405898/3/V2. Datum uitspraak: 25 september 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's­Hertogenbosch, van 22 augustus 2024 in zaak nr. NL23.22954 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop Bij besluit van 15 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 22 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij uitspraak van 19 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3787, heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling het verzoek van de vreemdeling om het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.

Op 24 september 2024 heeft de vreemdeling krachtens artikel 72, derde lid, van de Vw 2000 bezwaar gemaakt tegen de feitelijke beëindiging van de opvang en verstrekkingen op dezelfde dag door de minister. Voorts heeft hij de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen teneinde weer in de opvang te komen. De voorzieningenrechter van de rechtbank heeft dit verzoek op 24 september 2024 doorgezonden naar de Afdeling. Overwegingen 1. Op dit moment heeft de Afdeling in hoger beroep nog geen uitspraak gedaan over de rechtmatigheid van het besluit van 15 maart 2024.

De Afdeling merkt het bezwaar tegen de beëindiging van de opvang en verstrekkingen aan als een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 21 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ2788, onder 1.2.

2. Omdat de vreemdeling geen nieuwe feiten en omstandigheden heeft aangevoerd ten opzichte van de situatie ten tijde van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 19 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3787, ziet de voorzieningenrechter opnieuw geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.

3. Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. T. Toonen, griffier. w.g. Sevenster voorzieningenrechter w.g. Toonen griffier Uitgesproken in het openbaar op 25 september 2024 979