Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:3798 ECLI:NL:RVS:2024:3798 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:3798 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:3798
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202405932/2/A2. Datum uitspraak: 21 september 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen: [verzoeker], wonend in [woonplaats], verzoeker, en het college van beroep voor de examens van de Vrije Universiteit Amsterdam (hierna: het CBE), verweerder. Procesverloop Bij beslissing van 21 augustus 2024 heeft de commissie Bindend Studie Advies (hierna: de BSA-commissie) namens het CvB aan [verzoeker] een bindend negatief studieadvies gegeven voor de bacheloropleiding Bedrijfskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2024:3798 · Raad van State: Overwegingen 1. De voorzieningenrechter doet, gelet op de onverwijlde spoed, uitspraak zonder zitting als bedoeld in artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2024:3657
202405548/1/A2. Datum uitspraak: 9 september 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoeker], wonend in [woonplaats], verzoeker, en het college van bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam (hierna: het CvB), verweerder. Openbare zitting gehouden op 9 september 2024 om 11:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. H. Benek, voorzieningenrechter Griffier: mr. M. Rijsdijk Jurist: mr. H.E. van Terwisga Verschenen: [verzoeker], bijgestaan door [gemachtigde]; Het CvB, vertegenwoordigd door drs. A.M. van Donk, secretaris van het college van beroep voor examens, en mr. C.J.M. Berends en [gemachtigde], beiden secretaris van de BSA-commissie. ==================================== Het verzoek betreft de beslissing van 21 augustus 2024 waarbij de commissie Bindend Studie Advies (hierna: de BSA-commissie) namens het CvB [verzoeker] een bindend negatief studieadvies heeft gegeven voor de bacheloropleiding Bedrijfskunde. Tegen deze beslissing heeft [verzoeker] administratief beroep ingesteld bij het college van beroep voor de examens en de voorzieningenrechter verzocht hangende het administratief beroep een voorlopige voorziening te treffen. De BSA-commissie heeft een verweerschrift ingediend. De voorzieningenrechter zal op het verzoek beslissen op basis van een afweging van de betrokken belangen. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. wijst het verzoek toe; II. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat het college van bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam [verzoeker] hangende het administratief beroep toelaat tot de bacheloropleiding Bedrijfskunde in het academisch studiejaar 2024/2025 en dat hij mag deelnemen aan het onderwijs en de tentamens voor deze opleiding totdat op het administratief beroep is beslist; III. veroordeelt het college van bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met de behandeling van de voorlopige voorziening opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.750,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; IV. gelast dat het college van bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van de voorlopige voorziening betaalde griffierecht ten bedrage van € 51,00 vergoedt. Gronden Het belang van [verzoeker] bij het treffen van een voorlopige voorziening is dat hij studievertraging wil voorkomen. Het collegejaar is op 2 september 2024 begonnen. Met het verzoek om voorlopige voorziening beoogt [verzoeker] de beslissing van 21 augustus 2024 op te schorten, zodat hij onderwijs kan blijven volgen en eventueel tentamens kan maken. Zo wordt voorkomen dat hij vertraging oploopt als uit de bodemprocedure volgt dat het bindend negatief studieadvies ten onrechte is gegeven. Tegenover dat belang heeft het CvB naar voren gebracht dat het niet werkbaar is om studenten die een bindend negatief studieadvies hebben gekregen, toch onderwijs te laten volgen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit onvoldoende om dat zwaarder te laten wegen dan het belang van [verzoeker]. w.g. Benek voorzieningenrechter w.g. Rijsdijk griffier 705-972

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202405932/2/A2. Datum uitspraak: 21 september 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen: [verzoeker], wonend in [woonplaats], verzoeker, en het college van beroep voor de examens van de Vrije Universiteit Amsterdam (hierna: het CBE), verweerder. Procesverloop Bij beslissing van 21 augustus 2024 heeft de commissie Bindend Studie Advies (hierna: de BSA-commissie) namens het CvB aan [verzoeker] een bindend negatief studieadvies gegeven voor de bacheloropleiding Bedrijfskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Tegen deze beslissing heeft [verzoeker] administratief beroep ingesteld bij het CBE. Bij uitspraak van 9 september 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:3657) heeft de voorzieningenrechter het verzoek van [verzoeker] om een voorlopige voorziening hangende het administratief beroep, toegewezen. Bij beslissing van 18 september 2024 heeft het college van beroep voor de examens het door [verzoeker] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft [verzoeker] beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen 1. De voorzieningenrechter doet, gelet op de onverwijlde spoed, uitspraak zonder zitting als bedoeld in artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 3. [verzoeker] vraagt om een voorlopige voorziening omdat hij onderwijs wil kunnen blijven volgen en tentamens wil kunnen blijven maken. Als er geen voorziening wordt getroffen, dan loopt hij studievertraging op. Dit klemt temeer nu hij op 23 september 2024 om 18:00 uur een tentamen voor het eerstejaars vak Bedrijfsprocessen heeft dat van belang is voor zijn studievoortgangsnorm. Bij het behalen van dit tentamen voldoet hij aan die norm.

4. De voorzieningenrechter beschikt in dit stadium niet over het volledige dossier en evenmin over het standpunt van het college van beroep voor de examens over de door [verzoeker] naar voren gebrachte gronden. Omdat de gevraagde voorziening op deze korte termijn niet (inhoudelijk) kan worden beoordeeld, ziet de voorzieningenrechter, mede in het licht van de betrokken belangen en mede gelet op de inhoud van de eerder getroffen voorziening, aanleiding om het verzoek bij wijze van ordemaatregel toe te wijzen. De voorzieningenrechter zal het verzoek op korte termijn op zitting behandelen.

5. De toewijzing heeft een voorlopig karakter. Hiermee loopt de voorzieningenrechter niet vooruit op het uiteindelijke oordeel over het verzoek van [verzoeker].

6. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: treft de voorlopige voorziening dat het college van bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam [verzoeker] tot de bacheloropleiding Bedrijfskunde in het academisch studiejaar 2024/2025 toelaat en dat hij mag deelnemen aan het onderwijs en de tentamens voor deze opleiding totdat de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening heeft beslist. Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Rijsdijk, griffier. w.g. Daalder voorzieningenrechter w.g. Rijsdijk griffier Uitgesproken in het openbaar op 21 september 2024 705