Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:3774 ECLI:NL:RVS:2024:3774 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:3774 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:3774
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202401776/3/V2. Datum uitspraak: 19 september 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [vreemdeling 1], [vreemdeling 2] en [vreemdeling 3], verzoekers, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 20 februari 2024 in zaak nr. NL21.12049 in het geding tussen: de vreemdelingen en de minister van Asiel en Migratie.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2024:3774 · Raad van State: 202401776/3/V2. Datum uitspraak: 19 september 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [vreemdeling 1], [vreemdeling 2] en [vreemdeling 3], verzoekers, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 20 februari 2024 in zaak nr. NL21.12049 in het geding tussen: de vreemdelingen en de minister van Asiel en Migratie.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202401776/3/V2. Datum uitspraak: 19 september 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [vreemdeling 1], [vreemdeling 2] en [vreemdeling 3], verzoekers, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 20 februari 2024 in zaak nr. NL21.12049 in het geding tussen: de vreemdelingen en de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop Bij besluit van 10 september 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 25 juni 2021, aangevuld op 16 oktober 2023, heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 20 februari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd voor zover daarin het gestelde familieleven van [de vreemdeling] en zijn in Nederland verblijvende grootouders, zus en tante niet is betrokken en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven.

Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. De vreemdelingen hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat de vreemdelingen niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist.

2. Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Gelet op de belangen die minister en de vreemdelingen naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.

3. Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, griffier. w.g. Drop voorzieningenrechter w.g. Graat griffier Uitgesproken in het openbaar op 19 september 2024 307-1024