ECLI:NL:RVS:2024:3538 · Raad van State
Legislator summary
AI generated202404406/1/V3. Datum uitspraak: 30 augustus 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling] appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 18 juni 2024 in zaak nr. NL24.9343 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluiten van 27 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
Legislator headnote
AI generatedartikel 85 van de Vw 2000; ECLI:NL:RVS:2024:3538 · Raad van State: 202404406/1/V3. Datum uitspraak: 30 augustus 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling] appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 18 juni 2024 in zaak nr. NL24.9343 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluiten van 27 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
202404406/1/V3. Datum uitspraak: 30 augustus 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling] appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 18 juni 2024 in zaak nr. NL24.9343 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluiten van 27 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
Bij uitspraak van 18 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.K. Bhadai, advocaat in Den Haag, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J.P.G. van Bekhoven, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van Bekhoven griffier Uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2024 959