Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:3429 ECLI:NL:RVS:2024:3429 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:3429 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:3429
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202404986/2/V1. Datum uitspraak: 21 augustus 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 12 juli 2024 in zaak nr. NL22.18862 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de minister.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 64 van de Vw 2000; ECLI:NL:RVS:2024:3429 · Raad van State: 202404986/2/V1. Datum uitspraak: 21 augustus 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 12 juli 2024 in zaak nr. NL22.18862 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de minister.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 64 van de Vw 2000

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 64 van de Vw 2000
Procesverloop Bij besluit van 24 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202404986/2/V1. Datum uitspraak: 21 augustus 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 12 juli 2024 in zaak nr. NL22.18862 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de minister.

Procesverloop Bij besluit van 24 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 20 september 2022, aangevuld bij besluit van 12 oktober 2023, heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 12 juli 2024 heeft de rechtbank het tegen die besluiten door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de minister binnen tien weken na de dag van verzending van de uitspraak met inachtneming ervan een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Overwegingen 1. De minister verzoekt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.

2. Gelet op de belangen die de minister en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. De aangevallen uitspraak strekt er niet toe dat de minister het gevraagde uitstel van vertrek moet verlenen. Uitvoering van de uitspraak heeft daarom geen gevolgen die moeilijk ongedaan kunnen worden gemaakt. De voorzieningenrechter vindt verder van belang dat de minister niet heeft geconcretiseerd waarom uitvoering van de uitspraak een onevenredige inspanning vergt.

3. Het verzoek wordt afgewezen. De minister moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. wijst het verzoek af; II. veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 875,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier. w.g. Sevenster voorzieningenrechter w.g. Hanrath griffier Uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2024 392