Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:3375 ECLI:NL:RVS:2024:3375 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:3375 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:3375
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202403877/1/V1. Datum uitspraak: 21 augustus 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoekster, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 16 mei 2024 in zaak nr. 202303228/1/V1, ECLI:NL:RVS:2024:2054. Procesverloop Bij brief van 24 juni 2024 heeft verzoekster de Afdeling verzocht om herziening van de hiervoor genoemde uitspraak van 16 mei 2024.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:3375 · Raad van State: 202403877/1/V1. Datum uitspraak: 21 augustus 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoekster, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 16 mei 2024 in zaak nr. 202303228/1/V1, ECLI:NL:RVS:2024:2054. Procesverloop Bij brief van 24 juni 2024 heeft verzoekster de Afdeling verzocht om herziening van de hiervoor genoemde uitspraak van 16 mei 2024.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2024:2054
202303228/1/V1. Datum uitspraak: 16 mei 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 26 april 2023 in zaak nr. 23/424 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 11 augustus 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
ECLI:NL:RVS:2019:1060
201804969/1/V2. Datum uitspraak: 3 april 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 7 juni 2018 in zaak nr. NL18.8714 in het geding tussen: [wederpartij] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 1 mei 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
ECLI:NL:RVS:2019:1061
201901423/1/V2. Datum uitspraak: 3 april 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 5 februari 2019 in zaak nr. NL19.1600 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 16 januari 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202403877/1/V1. Datum uitspraak: 21 augustus 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoekster, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 16 mei 2024 in zaak nr. 202303228/1/V1, ECLI:NL:RVS:2024:2054. Procesverloop Bij brief van 24 juni 2024 heeft verzoekster de Afdeling verzocht om herziening van de hiervoor genoemde uitspraak van 16 mei 2024.

Verzoekster heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1. De Afdeling wijst het verzoek om herziening van de uitspraak van 16 mei 2024 af. De Afdeling legt hierna uit waarom zij dat doet. 1.1. In artikel 8:119, eerste lid, van de Awb staat in welke situatie de Afdeling een onherroepelijk geworden uitspraak kan herzien. Het eerste lid van dat artikel luidt: "De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden." 1.2.

Dit betekent, kort gezegd, dat alleen in bijzondere gevallen herziening van een onherroepelijke uitspraak mogelijk is. Dat kan alleen maar als er feiten of omstandigheden zijn van vóór de uitspraak, waar een verzoeker pas ná de uitspraak achter is gekomen. En dan hadden die omstandigheden ook nog tot een andere uitspraak moeten kunnen leiden, als de Afdeling er op tijd van had geweten. De redenen die verzoekster geeft in het herzieningsverzoek zijn niet zulke feiten of omstandigheden. 1.3. In de kern is verzoekster het niet eens met de uitspraak van 16 mei 2024 en met het feit dat de Afdeling deze zonder zitting en met een verkorte motivering heeft gedaan.

Maar herziening is niet bedoeld om een uitspraak waar iemand het niet mee eens is, nog eens aan de rechter voor te leggen. Dat de Afdeling de uitspraak van 16 mei 2024 zonder zitting en verkort gemotiveerd heeft gedaan, is ook geen reden voor toewijzing van het herzieningsverzoek. De Afdeling heeft in haar uitspraken van 3 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1060 en ECLI:NL:RVS:2019:1061, overigens uitgebreid toegelicht dat en waarom zij in hoger beroepen in vreemdelingenzaken zonder zitting en met een verkorte motivering uitspraak kan doen.

2. Daarom wijst de Afdeling het verzoek om herziening af. De proceskosten hoeven niet te worden vergoed. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van Goeverden-Clarenbeek griffier Uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2024 488-1078