Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:3170 ECLI:NL:RVS:2024:3170 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:3170 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:3170
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202402956/2/A2. Datum uitspraak: 6 augustus 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [verzoekster], wonend in [woonplaats], verzoekster, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) van 19 april 2024 in zaak nr. 24/2302 en 24/2405 in het geding tussen: [verzoekster] en de minister van Financiën. Openbare zitting gehouden op 1 augustus 2024 om 15:30 uur.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2024:3170 · Raad van State: 202402956/2/A2. Datum uitspraak: 6 augustus 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [verzoekster], wonend in [woonplaats], verzoekster, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) van 19 april 2024 in zaak nr. 24/2302 en 24/2405 in het geding tussen: [verzoekster] en de minister van Financiën. Openbare zitting gehouden op 1 augustus 2024 om 15:30 uur.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202402956/2/A2. Datum uitspraak: 6 augustus 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [verzoekster], wonend in [woonplaats], verzoekster, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) van 19 april 2024 in zaak nr. 24/2302 en 24/2405 in het geding tussen: [verzoekster] en de minister van Financiën. Openbare zitting gehouden op 1 augustus 2024 om 15:30 uur.

Tegenwoordig: Staatsraad mr. E.J. Daalder, voorzieningenrechter Griffier: mr. A.S. Rietveld Jurist: mr. F.F. Schuhmacher Verschenen: [verzoekster], vertegenwoordigd door mr. P.W.E. Ros, advocaat te Rotterdam; de minister, vertegenwoordigd door mr. M.A. Balbi en mr. S.N. Ishak; Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 19 april 2024 van de rechtbank Rotterdam. [verzoekster] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Beslissing: De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Daartoe wordt het volgende overwogen:

Bij besluit van 13 september 2023 heeft de minister het verzoek van [verzoekster] om terugbetaling van een reeds betaalde schuld van € 10.706,00 aan Data Entry Services Suriname afgewezen, omdat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 4.3, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder a en b, van de Wet hersteloperatie toeslagen. Het bezwaar daartegen is ongegrond verklaard en de rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. [verzoekster] verzoekt bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de minister haar tegemoet komt in financiële zin, omdat zij in financiële nood verkeert en haar huidige schulden niet meer kan betalen.

De gevraagde voorziening komt neer op het opleggen van een financiële verplichting aan de minister. De voorzieningenrechter neemt aan dat bij toewijzing van het verzoek de minister een restitutierisico loopt. Daarom is de gevraagde voorziening slechts toewijsbaar als aannemelijk is dat het naar aanleiding van de uitspraak in de hoofdzaak alsnog komt tot overname van de betreffende schuld en dat dus op de minister in die zin enige financiële verplichting zal gaan rusten. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter is het op dit moment niet aannemelijk dat de bodemrechter tot de conclusie zal komen dat dit een schuld betreft die de minister moet overnemen, gelet op de vele vragen die de overgelegde factuur van Data Entry Services Suriname oproept.

Er is daarom geen grond om een voorziening te treffen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. Daalder voorzieningenrechter w.g. Rietveld griffier 1064