Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:3159 ECLI:NL:RVS:2024:3159 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:3159 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:3159
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202404108/1/V3. Datum uitspraak: 5 augustus 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 28 juni 2024 in zaken nrs. NL24.24262 en NL24.24308 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluiten van 7 juni 2024 en 11 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:3159 · Raad van State: 202404108/1/V3. Datum uitspraak: 5 augustus 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 28 juni 2024 in zaken nrs. NL24.24262 en NL24.24308 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluiten van 7 juni 2024 en 11 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202404108/1/V3. Datum uitspraak: 5 augustus 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 28 juni 2024 in zaken nrs. NL24.24262 en NL24.24308 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluiten van 7 juni 2024 en 11 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 28 juni 2024 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdeling ingestelde beroepen ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.P. van Mulken, advocaat in Nuth, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 7 van de uitspraak van de rechtbank over. 1.1.

Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier. w.g. De Moor-van Vugt lid van de enkelvoudige kamer w.g. Weber griffier Uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2024 985