Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:303 ECLI:NL:RVS:2024:303 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:303 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:303
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202304722/1/V3. Datum uitspraak: 29 januari 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 21 juli 2023 in zaak nr. NL23.545 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 5 januari 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:303 · Raad van State: Voor zover de grief gaat over de overweging van de rechtbank over de psychische problematiek van de vreemdeling, overweegt de Afdeling als volgt. De staatssecretaris heeft terecht betoogd dat uit het advies van het Bureau Medische Advisering van 9 mei 2023 blijkt dat eventuele risico’s van de overdracht zelf kunnen worden weggenomen als de staatssecretaris de geadviseerde reisvoorwaarden uitvoert (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 24 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1566, onder 3.2). Daarmee is voldaan aan de vereisten uit het arrest van het Hof van 16 februari 2017, C.K. tegen Slovenië, ECLI:EU:C:2017:127. 2.1.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2023:3133
202206794/1/V3. Datum uitspraak: 16 augustus 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 24 november 2022 in zaak nr. NL22.21232 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 24 november 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
ECLI:NL:RVS:2023:3134
202206798/1/V3. Datum uitspraak: 16 augustus 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 22 november 2022 in zaak nr. NL22.18219 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 13 september 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
ECLI:NL:RVS:2023:1566
202107461/1/V2. Datum uitspraak: 24 april 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kinderen, appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 26 november 2021 in zaak nr. NL20.21507 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 14 december 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202304722/1/V3. Datum uitspraak: 29 januari 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 21 juli 2023 in zaak nr. NL23.545 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 5 januari 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Bij uitspraak van 21 juli 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. G.E. Jans, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven en een nader stuk ingediend. Overwegingen 1. De door de staatssecretaris in zijn enige grief opgeworpen rechtsvraag over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Bulgarije, heeft de Afdeling beantwoord in haar uitspraken van 16 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3133 en ECLI:NL:RVS:2023:3134, onder 4.4 tot en met 4.13.

Uit die uitspraken volgt dat de grief in zoverre slaagt.

2. Voor zover de grief gaat over de overweging van de rechtbank over de psychische problematiek van de vreemdeling, overweegt de Afdeling als volgt. De staatssecretaris heeft terecht betoogd dat uit het advies van het Bureau Medische Advisering van 9 mei 2023 blijkt dat eventuele risico’s van de overdracht zelf kunnen worden weggenomen als de staatssecretaris de geadviseerde reisvoorwaarden uitvoert (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 24 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1566, onder 3.2). Daarmee is voldaan aan de vereisten uit het arrest van het Hof van 16 februari 2017, C.K. tegen Slovenië, ECLI:EU:C:2017:127. 2.1.

Over de medische voorzieningen in Bulgarije overweegt de Afdeling het volgende. De vreemdeling heeft in zijn schriftelijke uiteenzetting betoogd dat hij in Bulgarije geen behandeling zal kunnen krijgen voor zijn psychische problemen. Hiervoor heeft hij onder meer verwezen naar het rapport van Asylum Information Database, update 2022, van maart 2023 over Bulgarije. Verder heeft hij een brief van 9 november 2023 van zijn behandelaar overgelegd. Weliswaar volgt uit voornoemd rapport dat er in Bulgarije ook voor Dublinclaimanten obstakels bestaan in de vorm van wachttijden voor de toegang tot bepaalde vormen van gezondheidszorg, maar daaruit kan niet worden afgeleid dat Dublinclaimanten structureel geen toegang tot medische basiszorg krijgen.

Uit voornoemd rapport volgt ook dat in Bulgarije psychologische behandeling en ondersteuning beschikbaar zijn op eigen kosten van de patiënt en dat psychologische ondersteuning beschikbaar is in de opvangcentra. De vreemdeling heeft met de door hem overgelegde stukken daarom niet aannemelijk gemaakt dat hij in Bulgarije geen toegang zal krijgen tot de voor hem benodigde zorg. De brief van de behandelaar leidt niet tot een ander oordeel. Daarin staat dat er op dat moment nog steeds het risico bestaat op verdere decompensatie, vooral wanneer de stressoren toenemen, en dat een overdracht naar Bulgarije als zeer belastend kan worden aangemerkt en de toestand van de vreemdeling daardoor zeer negatief beïnvloed zal worden met alle gevolgen van dien.

Dit betekent echter niet dat de in Nederland gestarte behandeling niet in Bulgarije kan worden voortgezet. 2.2. De grief slaagt ook in zoverre.

3. Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Omdat er geen beroepsgronden zijn die de rechtbank niet heeft besproken, is het beroep alsnog ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 21 juli 2023 in zaak nr. NL23.545; III. verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier. w.g. Den Heyer lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van Meurs-Heuvel griffier Uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2024 47-985