Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:2859 ECLI:NL:RVS:2024:2859 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:2859 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:2859
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202400775/1/V1. Datum uitspraak: 12 juli 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 12 januari 2024 in zaak nr. 23/3802 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 8 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:5 van de Awb, artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2024:2859 · Raad van State: 202400775/1/V1. Datum uitspraak: 12 juli 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 12 januari 2024 in zaak nr. 23/3802 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 8 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

Keywords

AI generated
artikel 6:5 van de Awb artikel 6:6 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:5 van de Awb
Als niet is voldaan aan artikel 6:5 van de Awb of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het hoger beroep, kan het ingevolge artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.
artikel 6:6 van de Awb
Als niet is voldaan aan artikel 6:5 van de Awb of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het hoger beroep, kan het ingevolge artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202400775/1/V1. Datum uitspraak: 12 juli 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 12 januari 2024 in zaak nr. 23/3802 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 8 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 24 maart 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 12 januari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, naar gesteld vertegenwoordigd door M.W. Badulkhan, rechtsbijstandsverlener te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Uit artikel 6:5, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24 en artikel 8:24, eerste en tweede lid, van de Awb, volgt dat een gestelde gemachtigde, die geen advocaat is, desgevraagd een schriftelijke machtiging moet overleggen.

Als niet is voldaan aan artikel 6:5 van de Awb of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het hoger beroep, kan het ingevolge artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard. 1.1. De gestelde gemachtigde van de vreemdeling heeft namens hem het hogerberoepschrift ingediend, maar hij heeft geen machtiging overgelegd waaruit de bevoegdheid tot vertegenwoordiging blijkt. Bij brief van 2 februari 2024 heeft de Afdeling hem van dit gebrek op de hoogte gesteld en hem in de gelegenheid gesteld om dit uiterlijk op 16 februari 2024 te herstellen.

Hierbij heeft de Afdeling vermeld dat hij ervan moet uitgaan dat niet-ontvankelijkverklaring zal volgen wanneer hij van deze gelegenheid geen gebruik maakt. De gestelde gemachtigde heeft niet op dit verzoek gereageerd. Daarom zal de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.W. de Lange, griffier. w.g. De Poorter lid van de enkelvoudige kamer w.g. De Lange griffier Uitgesproken in het openbaar op 12 juli 2024 999