Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:2674 ECLI:NL:RVS:2024:2674 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:2674 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:2674
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Bij uitspraak van 4 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M. Rasul, advocaat in Assen, hoger beroep ingesteld. De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft namelijk onder meer terecht geoordeeld dat de minister bij de inbewaringstelling van de vreemdeling uit mocht gaan van zijn meerderjarigheid.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:2674 · Raad van State: Het besluit in de asielprocedure, waarin onder andere is vastgesteld dat de vreemdeling meerderjarig is, staat namelijk in rechte vast. Daarnaast heeft de rechtbank terecht overwogen dat de vreemdeling geen authentieke identificerende documenten heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn gestelde geboortedatum. 1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

BRS.24.000118 ECLI:NL:RVS:2024:2674 Datum uitspraak: 4 juli 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 4 april 2024 in zaak nr. NL24.12436 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 20 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 4 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M. Rasul, advocaat in Assen, hoger beroep ingesteld. De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft namelijk onder meer terecht geoordeeld dat de minister bij de inbewaringstelling van de vreemdeling uit mocht gaan van zijn meerderjarigheid.

Het besluit in de asielprocedure, waarin onder andere is vastgesteld dat de vreemdeling meerderjarig is, staat namelijk in rechte vast. Daarnaast heeft de rechtbank terecht overwogen dat de vreemdeling geen authentieke identificerende documenten heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn gestelde geboortedatum. 1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier. w.g. Meijer lid van de enkelvoudige kamer w.g. Schipper griffier Uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2024 872-1023