Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:2296 ECLI:NL:RVS:2024:2296 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:2296 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:2296
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202307692/1/V2. Datum uitspraak: 5 juni 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb). Procesverloop De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A. Khalaf, advocaat te Zwolle, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 17 november 2023 in zaak nr. NL23.21910.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75a van de Awb, artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2024:2296 · Raad van State: 202307692/1/V2. Datum uitspraak: 5 juni 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb). Procesverloop De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A. Khalaf, advocaat te Zwolle, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 17 november 2023 in zaak nr. NL23.21910.

Keywords

AI generated
artikel 8:75a van de Awb artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75a van de Awb
Datum uitspraak: 5 juni 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb).
artikel 8:75 van de Awb
De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de staatssecretaris krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te veroordelen.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202307692/1/V2. Datum uitspraak: 5 juni 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb). Procesverloop De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A. Khalaf, advocaat te Zwolle, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 17 november 2023 in zaak nr. NL23.21910.

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft een nader stuk ingediend. De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de staatssecretaris te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten. Overwegingen 1. De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de staatssecretaris krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de staatssecretaris aan de vreemdeling tegemoet is gekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door zijn toedoen is vervallen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

2. De staatssecretaris heeft bij besluit van 10 januari 2024 een aanvraag van de vreemdeling van 30 oktober 2022 om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingewilligd. Op de door de Afdeling in de uitspraak van 8 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4125, gestelde prejudiciële vragen heeft het Hof van Justitie nog geen antwoord gegeven. De Afdeling is, gelet op wat zij in de hiervoor genoemde uitspraak onder 22 tot en met 25 heeft overwogen, van oordeel dat er rekening mee moet worden gehouden dat de staatssecretaris met WBV 2022/22 de beslistermijn rechtmatig met negen maanden heeft verlengd. De staatssecretaris heeft binnen een termijn van vijftien maanden na indiening van de aanvraag een besluit genomen. De Afdeling ziet daarom geen aanleiding om de staatssecretaris in de proceskosten te veroordelen.

3. Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van L.W. Lagaaij LLM, griffier. w.g. Willems lid van de enkelvoudige kamer w.g. Lagaaij griffier Uitgesproken in het openbaar op 5 juni 2024 936