Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:2199 ECLI:NL:RVS:2024:2199 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:2199 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:2199
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202402584/1/V2 en 202402584/2/V2. Datum uitspraak: 28 mei 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 28 maart 2024 in zaak nr. NL23.16440 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 92 van de Vw 2000, artikel 64 van de Vw 2000; ECLI:NL:RVS:2024:2199 · Raad van State: Datum uitspraak: 28 mei 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 28 maart 2024 in zaak nr. NL23.16440 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 92 van de Vw 2000 artikel 64 van de Vw 2000

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 92 van de Vw 2000
artikel 64 van de Vw 2000
Procesverloop Bij besluit van 30 mei 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en geweigerd haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 ambtshalve uitstel van vertrek te verlenen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202402584/1/V2 en 202402584/2/V2. Datum uitspraak: 28 mei 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 28 maart 2024 in zaak nr. NL23.16440 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop Bij besluit van 30 mei 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en geweigerd haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 ambtshalve uitstel van vertrek te verlenen. Bij uitspraak van 28 maart 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. D. de Vries, advocaat te Leeuwarden, hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De vreemdeling is in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten. De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1. De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde op 4 april 2024. Het hogerberoepschrift is daarna bij de Raad van State binnengekomen. De vreemdeling heeft het hogerberoepschrift daarom niet op tijd ingediend. Wat de vreemdeling heeft aangevoerd, is geen reden om het hoger beroep alsnog in behandeling te nemen.

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk; II. wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van M.E. van Laar LLM, griffier. w.g. Sevenster voorzieningenrechter w.g. Van Laar griffier Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2024 987