Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:2152 ECLI:NL:RVS:2024:2152 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:2152 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:2152
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202303393/1/V3. Datum uitspraak: 23 mei 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 23 mei 2023 in zaak nr. NL22.23958 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 23 november 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:2152 · Raad van State: De vreemdeling betoogt dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor de staatssecretaris gebruik had moeten maken van zijn discretionaire bevoegdheid en de asielaanvraag toch in behandeling had moeten nemen (artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening). Hij vindt veel steun bij zijn familie in Nederland en op Curaçao. Zij willen er voor hem zijn. Hij beoogt geen verblijf bij zijn gezinsleden in Nederland, maar hij heeft een zwaarwegend belang om in hun nabijheid te wonen en om regelmatig contact met hen te hebben. De vreemdeling is bang om in Bulgarije in een isolement te raken. 3.1.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2023:3133
202206794/1/V3. Datum uitspraak: 16 augustus 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 24 november 2022 in zaak nr. NL22.21232 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 24 november 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
ECLI:NL:RVS:2023:3134
202206798/1/V3. Datum uitspraak: 16 augustus 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 22 november 2022 in zaak nr. NL22.18219 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 13 september 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
ECLI:NL:RVS:2024:870
202308013/1/V3. Datum uitspraak: 29 februari 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 22 december 2023 in zaak nr. NL23.34126 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 27 oktober 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202303393/1/V3. Datum uitspraak: 23 mei 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 23 mei 2023 in zaak nr. NL22.23958 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 23 november 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Bij uitspraak van 23 mei 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.G. Wiebes, advocaat te Lelystad, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De staatssecretaris heeft op verzoek van de Afdeling nadere schriftelijke inlichtingen gegeven. De vreemdeling heeft daarop gereageerd.

Overwegingen 1. De staatssecretaris komt met de tweede tot en met de vijfde grief op tegen het oordeel van de rechtbank dat hij niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Bulgarije mag uitgaan, gelet op de zorgen over de pushbackpraktijken, de toegang tot en de situatie in de opvangcentra, de omstandigheden in de detentiecentra en de toegang tot rechtsbijstand. Deze rechtsvraag heeft de Afdeling beantwoord in haar uitspraken van 16 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3133 en ECLI:NL:RVS:2023:3134, onder 4.4-4.13, en in haar uitspraak van 29 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:870, onder 6-6.2.

Uit die uitspraken volgt dat de tweede tot en met de vijfde grief slagen.

2. Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Het is niet nodig wat de staatssecretaris in zijn eerste grief heeft aangevoerd te bespreken. De Afdeling beoordeelt het beroep. Daarbij bespreekt zij alleen beroepsgronden waarover de rechtbank nog geen oordeel heeft gegeven en beroepsgronden waarop na de overwegingen in hoger beroep nog moet worden beslist.

3. De vreemdeling betoogt dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor de staatssecretaris gebruik had moeten maken van zijn discretionaire bevoegdheid en de asielaanvraag toch in behandeling had moeten nemen (artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening). Hij vindt veel steun bij zijn familie in Nederland en op Curaçao. Zij willen er voor hem zijn. Hij beoogt geen verblijf bij zijn gezinsleden in Nederland, maar hij heeft een zwaarwegend belang om in hun nabijheid te wonen en om regelmatig contact met hen te hebben. De vreemdeling is bang om in Bulgarije in een isolement te raken. 3.1.

De staatssecretaris heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat deze omstandigheden niet voldoende bijzonder zijn om vanwege onevenredige hardheid van overdracht aan Bulgarije af te zien. Daarbij heeft hij terecht betrokken dat de vreemdeling niet heeft gesteld en dat ook niet is gebleken dat sprake is van een afhankelijkheidsband tussen hem en zijn familieleden. Verder heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat de Dublinverordening er weliswaar op is gericht om familie- en gezinsleden zoveel mogelijk bij elkaar te houden, maar dat de Dublinverordening niet is bedoeld als route waarlangs op reguliere gronden verblijf bij of in de buurt van familie- en gezinsleden in Nederland kan worden verkregen.

Daar bestaat namelijk een aparte procedure voor. 3.2. De beroepsgrond slaagt niet.

4. Het beroep is ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 23 mei 2023 in zaak nr. NL22.23958; III. verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. J. Schipper-Spanninga, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Schippers, griffier. w.g. Schipper-Spanninga lid van de enkelvoudige kamer w.g. Schippers griffier Uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2024 873-985