Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:194 ECLI:NL:RVS:2024:194 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:194 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:194
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202307802/1/V3. Datum uitspraak: 22 januari 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 18 december 2023 in zaak nr. NL23.30174 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 18 september 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 18 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:194 · Raad van State: 202307802/1/V3. Datum uitspraak: 22 januari 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 18 december 2023 in zaak nr. NL23.30174 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 18 september 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 18 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2013:3378
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, verplicht artikel 5, vierde lid, van het EVRM alleen om spoedig te beslissen indien de bewaring voortduurt (uitspraak van 23 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:3378, onder 2.3.2).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202307802/1/V3. Datum uitspraak: 22 januari 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 18 december 2023 in zaak nr. NL23.30174 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 18 september 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 18 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E. Schoneveld, advocaat te Haarlem, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling klaagt namelijk dat de rechtbank, door ruim twaalf weken na het instellen van het beroep uitspraak op dat beroep te doen, in strijd heeft gehandeld met artikel 5, vierde lid, van het EVRM. Anders dan de vreemdeling betoogt, heeft de rechtbank terecht van belang geacht dat de bewaring al op 29 september 2023 was opgeheven.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, verplicht artikel 5, vierde lid, van het EVRM alleen om spoedig te beslissen indien de bewaring voortduurt (uitspraak van 23 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:3378, onder 2.3.2). 1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier. w.g. Den Heyer lid van de enkelvoudige kamer w.g. Weber griffier Uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2024 846-1058