Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:1671 ECLI:NL:RVS:2024:1671 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:1671 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:1671
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.S. Dobosz, advocaat te Zoetermeer, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Overwegingen 1. Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Wat de staatssecretaris in hoger beroep aanvoert, heeft hij niet aan zijn besluit ten grondslag gelegd. Ook heeft hij dat niet in reactie op het beroep bij de rechtbank aangevoerd. Dat betekent dat de staatssecretaris niet uitlegt waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is.

Legislator headnote

AI generated

artikel 85 van de Vw 2000; ECLI:NL:RVS:2024:1671 · Raad van State: De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.S. Dobosz, advocaat te Zoetermeer, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Overwegingen 1. Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Wat de staatssecretaris in hoger beroep aanvoert, heeft hij niet aan zijn besluit ten grondslag gelegd. Ook heeft hij dat niet in reactie op het beroep bij de rechtbank aangevoerd. Dat betekent dat de staatssecretaris niet uitlegt waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is.

Keywords

AI generated
artikel 85 van de Vw 2000

Cited Legislation

AI generated
artikel 85 van de Vw 2000
Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

BRS.24.000117 ECLI:NL:RVS:2024:1671 Datum uitspraak: 24 april 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 4 april 2024 in zaak nr. NL24.13581 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 27 maart 2024 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 4 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.S. Dobosz, advocaat te Zoetermeer, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Overwegingen 1. Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Wat de staatssecretaris in hoger beroep aanvoert, heeft hij niet aan zijn besluit ten grondslag gelegd. Ook heeft hij dat niet in reactie op het beroep bij de rechtbank aangevoerd. Dat betekent dat de staatssecretaris niet uitlegt waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is.

Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk; II. veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 875,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Nederhoff, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Nederhoff griffier Uitgesproken in het openbaar op 24 april 2024 918