Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:1107 ECLI:NL:RVS:2024:1107 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:1107 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:1107
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202303811/1/R4. Datum uitspraak: 5 maart 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellante], wonend te Den Haag, appellante, en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder. Openbare zitting gehouden op 5 maart 2024 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. J.H. van Breda, voorzitter griffier: mr. J. Houtman-van de Meerakker Verschenen: Het college, vertegenwoordigd door bc. Q.D.J. Ramroop; Het beroep richt zich tegen het besluit van het college van 27 maart 2023, waarbij het bezwaar van [appellante] tegen het besluit van 6 februari 2023 ongegrond is verklaard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2024:1107 · Raad van State: 202303811/1/R4. Datum uitspraak: 5 maart 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellante], wonend te Den Haag, appellante, en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder. Openbare zitting gehouden op 5 maart 2024 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. J.H. van Breda, voorzitter griffier: mr. J. Houtman-van de Meerakker Verschenen: Het college, vertegenwoordigd door bc. Q.D.J. Ramroop; Het beroep richt zich tegen het besluit van het college van 27 maart 2023, waarbij het bezwaar van [appellante] tegen het besluit van 6 februari 2023 ongegrond is verklaard.

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum uitspraak: 5 maart 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellante], wonend te Den Haag, appellante, en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202303811/1/R4. Datum uitspraak: 5 maart 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellante], wonend te Den Haag, appellante, en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder. Openbare zitting gehouden op 5 maart 2024 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. J.H. van Breda, voorzitter griffier: mr. J. Houtman-van de Meerakker Verschenen: Het college, vertegenwoordigd door bc. Q.D.J. Ramroop; Het beroep richt zich tegen het besluit van het college van 27 maart 2023, waarbij het bezwaar van [appellante] tegen het besluit van 6 februari 2023 ongegrond is verklaard.

De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Gronden: Het college heeft bij besluit van 7 februari 2024 het besluit van 27 maart 2023 ingetrokken en het besluit van 6 februari 2023 herroepen. Hiermee is het college volledig tegemoet gekomen aan het beroep van [appellante] tegen het besluit van 27 maart 2023. [appellante] heeft niet aangegeven dat zij nog een belang heeft bij een beoordeling van haar beroep. Gelet op het voorgaande is er geen procesbelang meer. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Ter zitting heeft het college verklaard het door [appellante] betaalde griffierecht al te hebben vergoed.

Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. Van Breda lid van de enkelvoudige kamer w.g. Houtman-van de Meerakker griffier 929