Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2024:1052 ECLI:NL:RVS:2024:1052 AI generated

ECLI:NL:RVS:2024:1052 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2024:1052
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202304307/1/V3. Datum uitspraak: 13 maart 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 30 juni 2023 in zaak nr. NL23.13043 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 1 mei 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 30 juni 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:68 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2024:1052 · Raad van State: De Afdeling heeft partijen meegedeeld dat het onderzoek met toepassing van artikel 8:68 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) is heropend. De vreemdeling heeft hierop gereageerd. Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht ter zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb, heeft gesloten. Overwegingen Inleiding 1. De vreemdeling heeft de Pakistaanse nationaliteit.

Keywords

AI generated
artikel 8:68 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:68 van de Algemene wet bestuursrecht
De Afdeling heeft partijen meegedeeld dat het onderzoek met toepassing van artikel 8:68 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) is heropend.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2023:4198
202205854/1/V1. Datum uitspraak: 22 november 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 3 oktober 2022 in zaak nr. NL22.17594 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 5 september 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 3 oktober 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
ECLI:NL:RVS:2023:4199
202302414/1/V1. Datum uitspraak: 22 november 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 11 april 2023 in zaak nr. NL23.2276 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 24 januari 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 11 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
ECLI:NL:RVS:2015:1412
het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland, 2.
ECLI:NL:RVS:2024:896
202304212/1/V3. Datum uitspraak: 13 maart 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 27 juni 2023 in zaak nr. NL23.7635 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 13 maart 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 27 juni 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202304307/1/V3. Datum uitspraak: 13 maart 2024 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 30 juni 2023 in zaak nr. NL23.13043 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 1 mei 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 30 juni 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend. De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 17 oktober 2023, waar de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. D.P.A. van Laarhoven, en de vreemdeling, bijgestaan door mr. F.M. Holwerda, advocaat te Amsterdam, zijn verschenen. De zaak is gelijktijdig behandeld met zaken nrs. 202304212/1/V3, 202304662/1/V3 en 202305005/1/V3. De staatssecretaris heeft een tweede nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft partijen meegedeeld dat het onderzoek met toepassing van artikel 8:68 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) is heropend. De vreemdeling heeft hierop gereageerd. Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht ter zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb, heeft gesloten. Overwegingen Inleiding 1. De vreemdeling heeft de Pakistaanse nationaliteit.

De staatssecretaris heeft zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat volgens hem op grond van de Dublinverordening België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Procesbelang staatssecretaris 2. Gelet op het arrest van het Hof van Justitie van 30 maart 2023, E.E., S.N. en J.Y., ECLI:EU:C:2023:272 en de uitspraken van de Afdeling van 22 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4198 en ECLI:NL:RVS:2023:4199, is de overdrachtstermijn in deze zaak niet opgeschort en is deze verstreken op 6 september 2023.

Dat heeft tot gevolg dat de staatssecretaris de vreemdeling niet meer kan overdragen aan België en hem moet opnemen in de nationale procedure. Ondanks het verstrijken van de overdrachtstermijn is er echter geen aanleiding voor het oordeel dat de staatssecretaris geen belang meer heeft bij een beoordeling van de rechtsvragen over de Dublinprocedure in deze zaak. Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 6 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1412, onder 5.2, heeft een bestuursorgaan, indien de rechtbank een besluit van een bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk heeft vernietigd, belang bij het hoger beroep, alleen al wegens de precedentwerking die van die vernietiging kan uitgaan.

Dat de staatssecretaris door het verlopen van de overdrachtstermijn geen uitvoering meer kan geven aan het besluit maakt in deze zaak niet dat hij geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep. Beoordeling 3. De staatssecretaris komt met zijn enige grief op tegen het oordeel van de rechtbank dat hij niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat hij voor de vreemdeling bij België nog uit mag gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.

4. De Afdeling heeft bij uitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2024:896, overwogen dat de staatssecretaris bij de toepassing van de Dublinverordening voor België uit mag gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De overwegingen uit de uitspraak zijn ook in deze zaak van toepassing. Hieruit volgt dat de grief slaagt. Conclusie 5. Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Omdat er geen beroepsgronden zijn die de rechtbank niet heeft besproken, is het beroep alsnog ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, van 30 juni 2023 in zaak nr. NL23.13043; III. verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. J.H. van Breda, leden, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier. w.g. Sevenster voorzitter w.g. Weber griffier Uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2024 846-1023