Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2023:802 ECLI:NL:RVS:2023:802 AI generated

ECLI:NL:RVS:2023:802 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2023:802
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202206344/1/V3. Datum uitspraak: 1 maart 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [vreemdeling 1], [vreemdeling 2], [vreemdeling 3] en [vreemdeling 4], appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 31 oktober 2022 in zaken nrs. NL22.19625, NL22.19626, NL22.19627 en NL22.19629 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluiten van 29 september 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdelingen in bewaring gesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2023:802 · Raad van State: 202206344/1/V3. Datum uitspraak: 1 maart 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [vreemdeling 1], [vreemdeling 2], [vreemdeling 3] en [vreemdeling 4], appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 31 oktober 2022 in zaken nrs. NL22.19625, NL22.19626, NL22.19627 en NL22.19629 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluiten van 29 september 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdelingen in bewaring gesteld.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202206344/1/V3. Datum uitspraak: 1 maart 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [vreemdeling 1], [vreemdeling 2], [vreemdeling 3] en [vreemdeling 4], appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 31 oktober 2022 in zaken nrs. NL22.19625, NL22.19626, NL22.19627 en NL22.19629 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluiten van 29 september 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdelingen in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 31 oktober 2022 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. J.P. van Mulken, advocaat te Maastricht, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Ongeacht de reden voor het vertrek van de vreemdelingen uit het asielzoekerscentrum in Den Helder op 5 augustus 2022, blijkt uit de motivering van de maatregelen van bewaring dat zij pas op 8 augustus 2022 weer in de opvang in Ter Apel zijn opgenomen.

De vreemdelingen zijn dus meerdere dagen uit het zicht van de staatssecretaris geweest. De rechtbank heeft daarom terecht geoordeeld dat de vreemdelingen met onbekende bestemming vertrokken zijn, zodat hun rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder m, van de Vw 2000 is geëindigd. 1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H. Vonk, griffier. w.g. Meijer lid van de enkelvoudige kamer w.g. Vonk griffier Uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2023 345-982