ECLI:NL:RVS:2023:682 · Raad van State
Legislator summary
AI generated202300047/1/A2. Datum uitspraak: 14 februari 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], en het college van beroep voor de examens van de Erasmus Universiteit Rotterdam (hierna: het college), verweerder. Openbare zitting gehouden op 14 februari 2023 om 13:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.H.M. van Altena, voorzitter Staatsraad mr. E.J. Daalder, lid Staatsraad mr. J.M. Willems, lid griffier: mr. A.S. Sanchit-Premchand Verschenen: [appellant], vergezeld door [gemachtigde]; het college, vertegenwoordigd door mr.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2023:682 · Raad van State: 202300047/1/A2. Datum uitspraak: 14 februari 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], en het college van beroep voor de examens van de Erasmus Universiteit Rotterdam (hierna: het college), verweerder. Openbare zitting gehouden op 14 februari 2023 om 13:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.H.M. van Altena, voorzitter Staatsraad mr. E.J. Daalder, lid Staatsraad mr. J.M. Willems, lid griffier: mr. A.S. Sanchit-Premchand Verschenen: [appellant], vergezeld door [gemachtigde]; het college, vertegenwoordigd door mr.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
202300047/1/A2. Datum uitspraak: 14 februari 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], en het college van beroep voor de examens van de Erasmus Universiteit Rotterdam (hierna: het college), verweerder. Openbare zitting gehouden op 14 februari 2023 om 13:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.H.M. van Altena, voorzitter Staatsraad mr. E.J. Daalder, lid Staatsraad mr. J.M. Willems, lid griffier: mr. A.S. Sanchit-Premchand Verschenen: [appellant], vergezeld door [gemachtigde]; het college, vertegenwoordigd door mr.
R.P. Vroegop; Bij beslissing van 24 juni 2022 heeft [appellant] het cijfer 5,2 gekregen voor het door hem afgelegde tentamen Inleiding fiscaal recht. Bij beslissing van 18 oktober 2022 heeft het college het daartegen door [appellant] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Het beroep richt zich tegen deze beslissing. De Afdeling verklaart het beroep ongegrond. Motivering: Gelet op artikel 8:4, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan geen beroep worden ingesteld tegen een besluit over een beoordeling van het kennen en kunnen van een kandidaat of leerling die ter zake is geëxamineerd of op enigerlei wijze is getoetst. [appellant] is het niet eens met de formulering van meerkeuzevraag 28 van het tentamen Inleiding fiscaal recht.
Ook vindt hij dat het antwoord dat hij heeft gegeven, goed had moeten worden gerekend door de examinatoren. De Afdeling is van oordeel dat wat hij hierover heeft aangevoerd, over de beoordeling van zijn kennen en kunnen gaat. Tegen die beoordeling kan gelet op artikel 8:4, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb geen beroep bij de Afdeling worden ingesteld. Vergelijk de uitspraken van 18 juli 2018 in zaak nr. CBHO 2018/053 en 29 juli 2019 in zaak nr. CBHO 2019/043. Van onzorgvuldigheden in de procedure is niet gebleken. Het beroep is daarom ongegrond. w.g.
Van Altena voorzitter w.g. Sanchit-Premchand griffier 691