Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2023:4696 ECLI:NL:RVS:2023:4696 AI generated

ECLI:NL:RVS:2023:4696 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2023:4696
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202307657/2/V3. Datum uitspraak: 15 december 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 1 december 2023 in zaak nr. NL22.15081 in het geding tussen: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2] en de staatssecretaris.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2023:4696 · Raad van State: 202307657/2/V3. Datum uitspraak: 15 december 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 1 december 2023 in zaak nr. NL22.15081 in het geding tussen: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2] en de staatssecretaris.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202307657/2/V3. Datum uitspraak: 15 december 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 1 december 2023 in zaak nr. NL22.15081 in het geding tussen: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2] en de staatssecretaris.

Procesverloop Bij besluit van 28 juni 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 29 juli 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling en referent gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Op 20 juni 2023 heeft de staatssecretaris het besluit aangevuld. Bij uitspraak van 1 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling en referent ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 29 juli 2022, aangevuld bij besluit van 20 juni 2023, vernietigd, het besluit van 28 juni 2021 herroepen, bepaald dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit en bepaald dat de staatssecretaris binnen twee weken na verzending van de uitspraak aan de vreemdeling de gevraagde mvv verleent.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. De staatssecretaris verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist. Omdat de hoger beroerstermijn nog loopt en de vreemdeling tot en met 12 januari 2024 in de gelegenheid is gesteld om te reageren op het verzoek en het hogerberoepschrift, treft de voorzieningenrechter, gelet op de belangen van de vreemdeling en de staatssecretaris, bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening.

2. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: treft bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank tot de voorzieningenrechter van de Afdeling op zijn verzoek heeft beslist. Aldus vastgesteld door mr. J. Schipper-Spanninga, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier. w.g. Schipper-Spanninga voorzieningenrechter w.g. Schipper griffier Uitgesproken in het openbaar op 15 december 2023 872