Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2023:4566 ECLI:NL:RVS:2023:4566 AI generated

ECLI:NL:RVS:2023:4566 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2023:4566
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202306260/1/A2. Datum uitspraak: 7 december 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], appellant, en het college van beroep voor de examens van de Christelijke Hogeschool Ede (hierna: het college), verweerder. Openbare zitting gehouden op 7 december 2023 om 10:45 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. J.E.M. Polak, voorzitter griffier: mr. P.M.M. van Zanten jurist: mr. A.J.Q. Oskam Verschenen: [appellant], vergezeld door [gemachtigde]; het college, vertegenwoordigd door mr.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2023:4566 · Raad van State: 202306260/1/A2. Datum uitspraak: 7 december 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], appellant, en het college van beroep voor de examens van de Christelijke Hogeschool Ede (hierna: het college), verweerder. Openbare zitting gehouden op 7 december 2023 om 10:45 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. J.E.M. Polak, voorzitter griffier: mr. P.M.M. van Zanten jurist: mr. A.J.Q. Oskam Verschenen: [appellant], vergezeld door [gemachtigde]; het college, vertegenwoordigd door mr.

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202306260/1/A2. Datum uitspraak: 7 december 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], appellant, en het college van beroep voor de examens van de Christelijke Hogeschool Ede (hierna: het college), verweerder. Openbare zitting gehouden op 7 december 2023 om 10:45 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. J.E.M. Polak, voorzitter griffier: mr. P.M.M. van Zanten jurist: mr. A.J.Q. Oskam Verschenen: [appellant], vergezeld door [gemachtigde]; het college, vertegenwoordigd door mr.

M.J. van Dasselaar en N. Gille; Het beroep richt zich tegen de beslissing van het college van 14 september 2023, waarbij het college het administratief beroep van [appellant] van 2 september 2023 tegen de beslissing van 12 juli 2023 niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat [appellant] dit administratief beroep niet tijdig heeft ingesteld. De Afdeling verklaart het beroep gegrond. Daartoe overweegt de Afdeling het volgende: In de beslissing van 12 juli 2023 is geen rechtsmiddelenverwijzing opgenomen die voldoet aan de vereisten van artikel 3:45, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Dit artikel schrijft onder meer voor dat in een besluit moet worden vermeld binnen welke termijn beroep kan worden ingesteld. De Afdeling verwijst hierbij naar haar uitspraak van 21 september 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BT2131, waarin is overwogen dat het ontbreken van een rechtsmiddelenverwijzing bij een besluit of uitspraak in beginsel leidt tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende tijdig wist dat hij binnen een bepaalde termijn bezwaar moest maken dan wel beroep of hoger beroep moest instellen.

Deze uitzondering doet zich hier niet voor. Hoewel [appellant] wel pogingen heeft ondernomen om duidelijkheid te krijgen over de beroepstermijn, heeft hij deze niet op tijd gekregen. Dat betekent dat het college het administratief beroep van [appellant] ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het college zal het beroep van [appellant] tegen de beslissing van 12 juli 2023 alsnog in behandeling moeten nemen en daarop alsnog inhoudelijk moeten beslissen. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van [appellant]. De Afdeling I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt de beslissing van het college van 12 juli 2023; III. veroordeelt het college tot vergoeding van bij [appellant] in verband met het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 93,59. IV. gelast dat het college aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 50,00 vergoedt. w.g. Polak lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van Zanten griffier 97-1067