Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2023:4464 ECLI:NL:RVS:2023:4464 AI generated

ECLI:NL:RVS:2023:4464 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2023:4464
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202303310/5/V3. Datum uitspraak: 1 december 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het incidenteel hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 17 mei 2023 in zaak nr. NL22.26813 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2023:4464 · Raad van State: 202303310/5/V3. Datum uitspraak: 1 december 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het incidenteel hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 17 mei 2023 in zaak nr. NL22.26813 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2023:2433
202303310/2/V3. Datum uitspraak: 22 juni 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het incidenteel hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 17 mei 2023 in zaak nr. NL22.26813 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
ECLI:NL:RVS:2023:2914
202303310/3/V3. Datum uitspraak: 31 juli 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het incidenteel hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 17 mei 2023 in zaak nr. NL22.26813 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
ECLI:NL:RVS:2023:3100
202303310/4/V3. Datum uitspraak: 14 augustus 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij uitspraak van 17 mei 2023 heeft de rechtbank bepaald dat de staatssecretaris binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak met inachtneming daarvan een nieuw besluit neemt op de aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202303310/5/V3. Datum uitspraak: 1 december 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het incidenteel hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 17 mei 2023 in zaak nr. NL22.26813 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop Bij besluit van 12 december 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. Bij uitspraak van 17 mei 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd voor zover daarbij is uitgegaan van de geboortedatum 17 januari 2000 en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven en voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld. Bij uitspraken van 22 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2433, en 31 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2914, heeft de voorzieningenrechter verzoeken van de vreemdeling om een voorlopige voorziening afgewezen. Bij uitspraak van 14 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3100, heeft de Afdeling het beroep van de vreemdeling tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond verklaard, de staatssecretaris opgedragen om binnen twee weken na verzending een besluit te nemen en bepaald dat hij een dwangsom verbeurt voor elke dag waarmee hij die termijn overschrijdt.

Bij besluit van 25 augustus 2023 heeft de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag genomen, voor zover dat ziet op de geboortedatum. De vreemdeling heeft bij de Afdeling beroepsgronden ingediend tegen het besluit van 25 augustus 2023. Ook heeft hij de voorzieningenrechter opnieuw verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht om de staatssecretaris op te dragen hem te behandelen als minderjarige, totdat op het hoger beroep van de staatssecretaris is beslist.

2. De beoordeling van de grief vergt nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Gelet hierop en op de belangen die de vreemdeling naar voren heeft gebracht, ziet de voorzieningenrechter aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.

3. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de staatssecretaris de vreemdeling moet behandelen als minderjarige, totdat op het hoger beroep van de staatssecretaris is beslist; II. veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 837,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Buntjer, griffier. w.g. Van Breda voorzieningenrechter w.g. Buntjer griffier Uitgesproken in het openbaar op 1 december 2023 962