Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2023:4461 ECLI:NL:RVS:2023:4461 AI generated

ECLI:NL:RVS:2023:4461 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2023:4461
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202302320/1/V3. Datum uitspraak: 4 december 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)). Procesverloop De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.J. de Vries, advocaat te Leeuwarden, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 6 april 2023 in zaak nr. NL23.6104. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft een nader stuk ingediend.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2023:4461 · Raad van State: 202302320/1/V3. Datum uitspraak: 4 december 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)). Procesverloop De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.J. de Vries, advocaat te Leeuwarden, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 6 april 2023 in zaak nr. NL23.6104. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft een nader stuk ingediend.

Keywords

AI generated
artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht
Datum uitspraak: 4 december 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)).
artikel 8:75 van de Awb

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2021:180
201904542/1/V3. Datum uitspraak: 28 januari 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb). Procesverloop De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Thelosen, advocaat te Amsterdam, heeft tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 14 mei 2019 in zaak nr. 18/9839, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 22 december 2020 heeft de vreemdeling het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten. Op verzoek van de Afdeling heeft de staatssecretaris een verweerschrift ingediend. Overwegingen 1. De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken naar aanleiding van de brief van de staatssecretaris van 17 december 2020. Daarin staat dat de staatssecretaris het bij de rechtbank bestreden besluit van 19 december 2018 intrekt.
ECLI:NL:RVS:2022:806
202102187/1/V3. Datum uitspraak: 21 maart 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind, verzoekster, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb). Procesverloop De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. P.A.J. Mulders, advocaat te Groningen, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 10 maart 2021 in zaak nr. NL20.12229. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft desgevraagd een nader stuk ingediend.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202302320/1/V3. Datum uitspraak: 4 december 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)). Procesverloop De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.J. de Vries, advocaat te Leeuwarden, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 6 april 2023 in zaak nr. NL23.6104. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft een nader stuk ingediend.

De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de staatssecretaris te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten. Overwegingen 1. De vreemdeling heeft de Soedanese nationaliteit. De staatssecretaris heeft bij brief van 25 augustus 2023 laten weten dat hij het besluit van 23 februari 2023 heeft ingetrokken vanwege het op 26 juni 2023 afgekondigde besluit- en vertrekmoratorium voor Soedan en dat hij een nieuw besluit zal nemen op de asielaanvraag van de vreemdeling. In reactie daarop heeft de vreemdeling het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten.

2. Zoals de Afdeling heeft overwogen in onder meer de uitspraken van 28 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:180, onder 2, en 21 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:806, onder 2, kan aanleiding bestaan de staatssecretaris met toepassing van artikel 8:75 van de Awb tot vergoeding van de proceskosten te veroordelen als hij aan de vreemdeling tegemoet gekomen is. Van tegemoetkomen is geen sprake als een in beroep bestreden besluit is ingetrokken vanwege een veranderde omstandigheid. Het besluit- en vertrekmoratorium voor Soedan is een dergelijke veranderde omstandigheid.

3. Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier. w.g. Den Heyer lid van de enkelvoudige kamer w.g. Schipper griffier Uitgesproken in het openbaar op 4 december 2023 872-981