Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2023:4004 ECLI:NL:RVS:2023:4004 AI generated

ECLI:NL:RVS:2023:4004 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2023:4004
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202107691/1/V3. Datum uitspraak: 31 oktober 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 19 november 2021 in zaak nr. NL21.13181 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 12 augustus 2021 heeft de staatssecretaris een aanvullend terugkeerbesluit genomen. Bij uitspraak van 19 november 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2023:4004 · Raad van State: 202107691/1/V3. Datum uitspraak: 31 oktober 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 19 november 2021 in zaak nr. NL21.13181 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 12 augustus 2021 heeft de staatssecretaris een aanvullend terugkeerbesluit genomen. Bij uitspraak van 19 november 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202107691/1/V3. Datum uitspraak: 31 oktober 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 19 november 2021 in zaak nr. NL21.13181 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 12 augustus 2021 heeft de staatssecretaris een aanvullend terugkeerbesluit genomen. Bij uitspraak van 19 november 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F.C. Stoop, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 1.1. Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 25 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3564, onder 2.1 en 3.2 - 3.3, over het aanvullen van een eerder besluit met een aanvullend terugkeerbesluit).

Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen. Daarnaast blijkt uit het besluit van 12 augustus 2021 anders dan de vreemdeling betoogt dat de in dat besluit genoemde landen van terugkeer in de plaats komen van de in het besluit van 24 juni 2021 genoemde landen. Er staat namelijk dat de terugkeerinspanningen zich thans op de genoemde landen richten.

2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Nederhoff, griffier. w.g. Willems lid van de enkelvoudige kamer w.g. Nederhoff griffier Uitgesproken in het openbaar op 31 oktober 2023 918