Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2023:3592 ECLI:NL:RVS:2023:3592 AI generated

ECLI:NL:RVS:2023:3592 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2023:3592
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202305774/1/V3 en 202305774/2/V3. Datum uitspraak: 25 september 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van voorlopige voorzieningen (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op de hoger beroepen van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kinderen, en [vreemdeling 3] en [vreemdeling 4], appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 5 september 2023 in zaken nrs.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 92 van de Vw 2000; ECLI:NL:RVS:2023:3592 · Raad van State: Datum uitspraak: 25 september 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van voorlopige voorzieningen (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op de hoger beroepen van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kinderen, en [vreemdeling 3] en [vreemdeling 4], appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 5 september 2023 in zaken nrs.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 92 van de Vw 2000

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 92 van de Vw 2000

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202305774/1/V3 en 202305774/2/V3. Datum uitspraak: 25 september 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van voorlopige voorzieningen (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op de hoger beroepen van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kinderen, en [vreemdeling 3] en [vreemdeling 4], appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 5 september 2023 in zaken nrs.

NL23.19753, NL23.19760, NL23.19763 en NL23.19766 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluiten van 6 juli 2023 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 5 september 2023 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. A.A. Scholtmeijer, advocaat te Heerenveen, hoger beroepen ingesteld.

Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht voorlopige voorzieningen te treffen. Overwegingen 1. De hoger beroepen leiden niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat de hogerberoepschriften geen vragen bevatten die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 1.1. De hoger beroepen gaan onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 13 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3411, onder 2.6, over de vraag of de staatssecretaris deugdelijk heeft gemotiveerd dat hij voor Kroatië van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan).

De hoger beroepen bieden geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.

2. De hoger beroepen zijn ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De verzoeken om voorlopige voorziening worden daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bevestigt de aangevallen uitspraak; II. wijst de verzoeken af. Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier. w.g. Soffers voorzieningenrechter w.g. Van de Kolk griffier Uitgesproken in het openbaar op 25 september 2023 347-1017