Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2023:3155 ECLI:NL:RVS:2023:3155 AI generated

ECLI:NL:RVS:2023:3155 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2023:3155
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202305197/2/V3. Datum uitspraak: 15 augustus 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 1 augustus 2023 in zaak nr. NL22.2463 in het geding tussen: [de vreemdeling], en de staatssecretaris.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2023:3155 · Raad van State: 202305197/2/V3. Datum uitspraak: 15 augustus 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 1 augustus 2023 in zaak nr. NL22.2463 in het geding tussen: [de vreemdeling], en de staatssecretaris.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202305197/2/V3. Datum uitspraak: 15 augustus 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 1 augustus 2023 in zaak nr. NL22.2463 in het geding tussen: [de vreemdeling], en de staatssecretaris.

Procesverloop Bij besluit van 19 februari 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 18 januari 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 1 augustus 2023 heeft de rechtbank het tegen het besluit van 18 januari 2022 door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, het besluit van 19 februari 2021 herroepen en de staatssecretaris opgedragen binnen twee weken na de datum van deze uitspraak de gevraagde mvv te verlenen en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris op 15 augustus 2023 hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij diezelfde dag de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. De staatssecretaris heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist. Dit omdat het verlenen van een mvv een onomkeerbare situatie kan bewerkstelligen. Omdat de voor de beoordeling van het hoger beroep noodzakelijke stukken nog niet zijn ontvangen en de hoger beroepstermijn nog loopt en gelet op het belang van de staatssecretaris ter voorkoming van een onomkeerbare situatie, treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening.

Nadat de stukken zijn ontvangen zal de voorzieningenrechter op het resterende deel van het verzoek beslissen.

2. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank tot de voorzieningenrechter van de Afdeling inhoudelijk op zijn verzoek heeft beslist. Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.M.J.B. A Campo, griffier. w.g. Van Gastel voorzieningenrechter w.g. A Campo griffier Uitgesproken in het openbaar op 15 augustus 2023 907