ECLI:NL:RVS:2023:3077 · Raad van State
Legislator summary
AI generated202302230/1/V3. Datum uitspraak: 10 augustus 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 6 april 2023 in zaak nr. NL22.23385 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 25 oktober 2022 heeft de staatssecretaris een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd. Bij uitspraak van 6 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8 van het EVRM; ECLI:NL:RVS:2023:3077 · Raad van State: 202302230/1/V3. Datum uitspraak: 10 augustus 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 6 april 2023 in zaak nr. NL22.23385 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 25 oktober 2022 heeft de staatssecretaris een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd. Bij uitspraak van 6 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
202302230/1/V3. Datum uitspraak: 10 augustus 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 6 april 2023 in zaak nr. NL22.23385 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 25 oktober 2022 heeft de staatssecretaris een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd. Bij uitspraak van 6 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Benayad, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht tot het oordeel gekomen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van familieleven met zijn partner in Spanje en zijn neven in Nederland. Anders dan hij stelt, vormt het inreisverbod daarom geen inbreuk op zijn familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. 1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd.
De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier. w.g. Drop lid van de enkelvoudige kamer w.g. Schipper griffier Uitgesproken in het openbaar op 10 augustus 2023 872-1058