Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2023:2544 ECLI:NL:RVS:2023:2544 AI generated

ECLI:NL:RVS:2023:2544 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2023:2544
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202302000/1/V1. Datum uitspraak: 3 juli 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb). Procesverloop De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.W.F. Noot, advocaat te Dordrecht, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 22 maart 2023 in zaak nr. NL23.1903.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75a van de Awb, artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2023:2544 · Raad van State: 202302000/1/V1. Datum uitspraak: 3 juli 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb). Procesverloop De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.W.F. Noot, advocaat te Dordrecht, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 22 maart 2023 in zaak nr. NL23.1903.

Keywords

AI generated
artikel 8:75a van de Awb artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75a van de Awb
Datum uitspraak: 3 juli 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb).
artikel 8:75 van de Awb

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202302000/1/V1. Datum uitspraak: 3 juli 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb). Procesverloop De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.W.F. Noot, advocaat te Dordrecht, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 22 maart 2023 in zaak nr. NL23.1903.

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft een nader stuk ingediend. De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten. Overwegingen 1. Bij brief van 22 mei 2023 heeft de staatssecretaris aan de Afdeling laten weten dat hij het besluit van 20 januari 2023, tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, heeft ingetrokken. Hij gaat de asielaanvraag van de vreemdeling in de nationale procedure behandelen, omdat de overdrachtstermijn bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening is verstreken.

In reactie daarop heeft de vreemdeling laten weten dat hij het hoger beroep intrekt en heeft hij de Afdeling verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten.

2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraken van 8 april 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1084, onder 1.2) en 5 augustus 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1 en 2.2) kan aanleiding bestaan de staatsecretaris met toepassing van artikel 8:75 van de Awb tot vergoeding van de proceskosten te veroordelen als hij aan de desbetreffende vreemdeling tegemoetgekomen is. Het alsnog in behandeling nemen van de asielaanvraag is in dit geval geen tegemoetkoming, maar alleen een gevolg van tijdsverloop.

3. Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Verbeek griffier Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2023 574-966