Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2023:239 ECLI:NL:RVS:2023:239 AI generated

ECLI:NL:RVS:2023:239 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2023:239
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202300220/1/V3. Datum uitspraak: 23 januari 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verzoeker, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 6 januari 2023, in zaak nr. 202300074/3/V3. Procesverloop Bij brief van 9 januari 2023 heeft verzoeker de Afdeling verzocht om herziening van de uitspraak van 6 januari 2023 in zaak nr. 202300074/3/V3. Overwegingen 1. De Afdeling kan onder omstandigheden een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van nieuwe feiten en omstandigheden (artikel 8:119, eerste lid, van de Awb). 1.1.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:86 van de Awb, artikel 8:81 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2023:239 · Raad van State: 202300220/1/V3. Datum uitspraak: 23 januari 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verzoeker, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 6 januari 2023, in zaak nr. 202300074/3/V3. Procesverloop Bij brief van 9 januari 2023 heeft verzoeker de Afdeling verzocht om herziening van de uitspraak van 6 januari 2023 in zaak nr. 202300074/3/V3. Overwegingen 1. De Afdeling kan onder omstandigheden een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van nieuwe feiten en omstandigheden (artikel 8:119, eerste lid, van de Awb). 1.1.

Keywords

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:86 van de Awb artikel 8:81 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:86 van de Awb
In haar uitspraak van 27 juli 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AT8975, heeft de Afdeling overwogen dat alleen uitspraken als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Awb en in artikel 8:86 van de Awb onherroepelijke uitspraken zijn die voor herziening in aanmerking komen.
artikel 8:81 van de Awb
De staatssecretaris vraagt om herziening van een uitspraak waarin op grond van artikel 8:81 van de Awb, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening is getroffen.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202300220/1/V3. Datum uitspraak: 23 januari 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verzoeker, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 6 januari 2023, in zaak nr. 202300074/3/V3. Procesverloop Bij brief van 9 januari 2023 heeft verzoeker de Afdeling verzocht om herziening van de uitspraak van 6 januari 2023 in zaak nr. 202300074/3/V3. Overwegingen 1. De Afdeling kan onder omstandigheden een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van nieuwe feiten en omstandigheden (artikel 8:119, eerste lid, van de Awb). 1.1.

In haar uitspraak van 27 juli 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AT8975, heeft de Afdeling overwogen dat alleen uitspraken als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Awb en in artikel 8:86 van de Awb onherroepelijke uitspraken zijn die voor herziening in aanmerking komen. De staatssecretaris vraagt om herziening van een uitspraak waarin op grond van artikel 8:81 van de Awb, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening is getroffen. Omdat dit geen uitspraak is als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Awb en in artikel 8:86 van de Awb, is de Afdeling kennelijk onbevoegd van het verzoek om herziening kennis te nemen.

De Afdeling verwijst verder naar haar uitspraak van 7 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3188, waarin een vergelijkbare situatie aan de orde was. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van de Kolk griffier Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2023 347-962