Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2023:2299 ECLI:NL:RVS:2023:2299 AI generated

ECLI:NL:RVS:2023:2299 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2023:2299
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202302462/1/V3. Datum uitspraak: 14 juni 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 11 april 2023 in zaak nr. NL23.9133 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 25 maart 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 11 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2023:2299 · Raad van State: 202302462/1/V3. Datum uitspraak: 14 juni 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 11 april 2023 in zaak nr. NL23.9133 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 25 maart 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 11 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202302462/1/V3. Datum uitspraak: 14 juni 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 11 april 2023 in zaak nr. NL23.9133 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 25 maart 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 11 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.C. van den Berg, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Wat de vreemdeling met zijn hoger beroep nastreeft, is bereikt. De staatssecretaris heeft namelijk bij brief van 17 april 2023 te kennen gegeven dat de vreemdeling in Nederland van 28 juni 2022 tot 4 september 2023 rechtmatig verblijf heeft op grond van de Richtlijn Tijdelijke bescherming (Pb 2001 L 212) en om die reden een vergoeding voor de proceskosten in beroep en hoger beroep aangeboden. Verder licht de vreemdeling in zijn hogerberoepschrift toe dat de staatssecretaris daarnaast ook de bewaring heeft opgeheven en aan hem volledige schadevergoeding vanaf 25 maart 2023 heeft toegekend.

Voor het oordeel dat de vreemdeling toch nog belang heeft bij de beoordeling van het hoger beroep, bestaat geen grond.

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C.M.J.B. A Campo, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. A Campo griffier Uitgesproken in het openbaar op 14 juni 2023 907