Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2023:2270 ECLI:NL:RVS:2023:2270 AI generated

ECLI:NL:RVS:2023:2270 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2023:2270
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202103154/1/V1. Datum uitspraak: 13 juni 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], verzoekers, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb). Procesverloop De vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. M.M. Volwerk, advocaat te Leiden, hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 21 april 2021 in zaak nr. 20/1330.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75a van de Awb, artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2023:2270 · Raad van State: 202103154/1/V1. Datum uitspraak: 13 juni 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], verzoekers, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb). Procesverloop De vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. M.M. Volwerk, advocaat te Leiden, hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 21 april 2021 in zaak nr. 20/1330.

Keywords

AI generated
artikel 8:75a van de Awb artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75a van de Awb
artikel 8:75 van de Awb

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2019:1084
201806051/1/V3. Datum uitspraak: 8 april 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 20 juli 2018 in zaak nr. NL18.10957 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 8 juni 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
ECLI:NL:RVS:2021:180
201904542/1/V3. Datum uitspraak: 28 januari 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb). Procesverloop De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Thelosen, advocaat te Amsterdam, heeft tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 14 mei 2019 in zaak nr. 18/9839, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 22 december 2020 heeft de vreemdeling het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten. Op verzoek van de Afdeling heeft de staatssecretaris een verweerschrift ingediend. Overwegingen 1. De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken naar aanleiding van de brief van de staatssecretaris van 17 december 2020. Daarin staat dat de staatssecretaris het bij de rechtbank bestreden besluit van 19 december 2018 intrekt.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202103154/1/V1. Datum uitspraak: 13 juni 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], verzoekers, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb). Procesverloop De vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. M.M. Volwerk, advocaat te Leiden, hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 21 april 2021 in zaak nr. 20/1330.

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft een nader stuk ingediend. De vreemdelingen hebben het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de bij hen opgekomen proceskosten. Overwegingen 1. De vreemdelingen hebben het hoger beroep ingetrokken in reactie op een brief van de staatssecretaris aan de Afdeling van 4 april 2022 en gelijktijdig een verzoek gedaan om de staatssecretaris in de proceskosten te veroordelen. In de brief van de staatssecretaris van 4 april 2022 staat dat hij bij besluit van 4 april 2022 de vreemdelingen alsnog een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft verleend, onder de beperking niet-tijdelijke humanitaire gronden, op grond van de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen.

2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraken van 8 april 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1084, onder 1.2) en 28 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:180, onder 2) kan aanleiding bestaan de staatssecretaris met toepassing van artikel 8:75 van de Awb tot vergoeding van de proceskosten te veroordelen als hij aan de vreemdeling tegemoetgekomen is. Uit eerdergenoemde uitspraak van 8 april 2019, onder 1.2, volgt dat van tegemoetkomen geen sprake is als de staatssecretaris een in beroep bestreden besluit heeft gewijzigd wegens veranderde omstandigheden.

3. De staatssecretaris heeft ter uitvoering van de zogenoemde motie Van Dijk ambtshalve beoordeeld of de vreemdelingen alsnog in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning en de verblijfsvergunning vervolgens ook verleend. Deze motie is aan te merken als een veranderde omstandigheid. De staatssecretaris is met het besluit van 4 april 2022 dan ook niet tegemoetgekomen aan de vreemdelingen.

4. Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schuurman, griffier. w.g. Verheij lid van de enkelvoudige kamer w.g. Schuurman griffier Uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2023 282-966