Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2023:125 ECLI:NL:RVS:2023:125 AI generated

ECLI:NL:RVS:2023:125 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2023:125
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202206481/1/V3. Datum uitspraak: 16 januari 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 8 november 2022 in zaak nr. NL22.21670 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 21 oktober 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 8 november 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2023:125 · Raad van State: 202206481/1/V3. Datum uitspraak: 16 januari 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 8 november 2022 in zaak nr. NL22.21670 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 21 oktober 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 8 november 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202206481/1/V3. Datum uitspraak: 16 januari 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 8 november 2022 in zaak nr. NL22.21670 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 21 oktober 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 8 november 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H. Halfers, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Al aangenomen dat de vreemdeling een ‘fiche sanitaire du passager’ moet invullen en ondertekenen om zijn uitzetting naar Marokko mogelijk te maken, maakt de weigering dat te doen niet dat zicht op uitzetting ontbreekt. Deze weigering komt namelijk voor zijn risico. 1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd.

De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier. w.g. Bijloos lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van de Kolk griffier Uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2023 347-1020