Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2022:989 ECLI:NL:RVS:2022:989 AI generated

ECLI:NL:RVS:2022:989 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2022:989
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202200864/2/R3. Datum uitspraak: 6 april 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: Lithos Projecten B.V., gevestigd te Amersfoort, en anderen, verzoekers, en de raad van de gemeente Meppel, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 16 december 2021 heeft de raad het bestemmingsplan "Meppel - Zuideinde 28" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben Lithos Projecten B.V. en anderen beroep ingesteld.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek; ECLI:NL:RVS:2022:989 · Raad van State: Voor zover al sprake is van een privaatrechtelijke belemmering is deze vooralsnog niet evident. Verder heeft de raad bestreden dat erfdienstbaarheden in de weg staan aan de uitvoering van het plan. Ook in zoverre is de voorzieningenrechter van oordeel dat Lithos Projecten B.V. en anderen niet aannemelijk hebben gemaakt dat in zoverre sprake is van privaatrechtelijke belemmeringen met een evident karakter. Over de door Lithos Projecten B.V. en anderen gestelde strijd met artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek, stelt de raad terecht dat het plan geen bebouwing toestaat binnen 2 m van het erf van Lithos Projecten B.V.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek
Volgens Lithos Projecten en anderen is dit in strijd met artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2010:BN1099
Procesverloop Bij besluit van 24 maart 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Schiermonnikoog-Dorp" vastgesteld.
ECLI:NL:RVS:2018:2034
201706340/1/R6. Datum uitspraak: 20 juni 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: 1. [appellant sub 1], wonend te Waddinxveen, 2. [appellant sub 2], wonend te Waddinxveen, en anderen, 3. [appellant sub 3], wonend te Waddinxveen, appellanten, en de raad van de gemeente Waddinxveen, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 5 juli 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Kerkweg 155, 157 en 157a" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1], [appellant sub 2] en anderen en [appellant sub 3] beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. [appellant sub 3] heeft een nader stuk ingediend.
ECLI:NL:RVS:2012:BY0377
201200094/1/A1. Datum uitspraak:17 oktober 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Afferden, gemeente Bergen, tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 23 november 2011 in zaak nr. 11/569 in het geding tussen: [wederpartij] en college van burgemeester en wethouders van Bergen. Procesverloop Bij besluit van 16 juli 2009 heeft het college aan [appellant] bouwvergunning verleend voor het veranderen van een gedeelte van een overkapping in een berging aan de [locatie] te Afferden (hierna: het perceel).
ECLI:NL:RVS:2019:1628
201804924/1/A1. Datum uitspraak: 22 mei 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK I. Uitspraak op het hoger beroep van: Vereniging van Eigenaars gebouw "Aquosus" aan de Sasdijk te Werkendam en anderen, gevestigd dan wel wonend te Werkendam (hierna tezamen en in enkelvoud: de VvE), appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 26 april 2018 in zaak nr. 17/772 in het geding tussen: de VvE en het college van burgemeester en wethouders van Werkendam (thans: het college van burgemeester en wethouders van Altena; hierna: het college). alsmede II.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202200864/2/R3. Datum uitspraak: 6 april 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: Lithos Projecten B.V., gevestigd te Amersfoort, en anderen, verzoekers, en de raad van de gemeente Meppel, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 16 december 2021 heeft de raad het bestemmingsplan "Meppel - Zuideinde 28" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben Lithos Projecten B.V. en anderen beroep ingesteld.

Lithos Projecten B.V. en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De raad heeft een verweerschrift ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 29 maart 2022, waar Lithos Projecten B.V. en anderen, vertegenwoordigd door mr. W.M. de Boer, advocaat te Groningen, en [gemactigde A], en de raad, vertegenwoordigd door mr. G. Siebel, zijn verschenen. Verder is op de zitting WVG Ontwikkeling B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde B], als partij gehoord. Overwegingen 1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het plan voorziet in zorgappartementen op de locatie van het voormalige postkantoor aan het Zuideinde 28 te Meppel. Daarbij worden ook groenvoorzieningen en parkeerplaatsen aangelegd. De locatie ligt direct ten zuiden van het centrum van Meppel.

3. Lithos Projecten B.V. en anderen hebben beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan, omdat het bestemmingsplan volgens hen niet uitvoerbaar is door evidente privaatrechtelijke belemmeringen. Met hun verzoek willen zij voorkomen dat er op basis van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning wordt verleend en bebouwing wordt gerealiseerd voordat de Afdeling uitspraak doet op hun beroep.

4. Vaststaat dat WVG Ontwikkeling B.V. op basis van het bestemmingsplan een aanvraag heeft ingediend om verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw van de door haar gewenste zorgappartementen. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat sprake is van een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening.

5. Lithos Projecten B.V. en anderen betogen dat er enkele evident privaatrechtelijke belemmeringen ten grondslag liggen aan het plan. Zo betogen zij dat Lithos Projecten B.V. eigenaresse is van een strook grond die nodig is om de parkeerplaatsen te realiseren die nodig zijn voor de zorgappartementen. Volgens Lithos Projecten B.V. en anderen stellen de raad en WVG Ontwikkeling B.V. ten onrechte dat de strook grond in eigendom is van WVG Ontwikkeling B.V. Verder hebben Lithos Projecten B.V. en anderen gewezen op een erfdienstbaarheid van weg en een erfdienstbaarheid van licht en overbouw die mogelijk aan de uitvoering van het plan in de weg staat. Ten slotte betogen Lithos Projecten B.V. dat het plan bebouwing tot op de erfgrens mogelijk maakt, waardoor openingen mogelijk worden gemaakt binnen 2 m van de erfgrens die rechtstreeks zicht bieden op het erf van Lithos Projecten B.V. Volgens Lithos Projecten en anderen is dit in strijd met artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek.

6. Voor het oordeel dat een privaatrechtelijke belemmering aan de vaststelling en de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan in de weg staat, bestaat slechts aanleiding indien deze een evident karakter heeft. Zie de uitspraken van de Afdeling van 14 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2010:BN1099, en 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2034. De burgerlijke rechter is immers de eerst aangewezene om de vraag te beantwoorden of een privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan de uitvoering van een activiteit. Onder verwijzing naar de uitspraken van 17 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY0377,en 22 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1628, overweegt de voorzieningenrechter dat een privaatrechtelijke belemmering pas evident is als zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat een ontwikkeling is voorzien op gronden die in eigendom aan een ander toebehoren en die ander daarin niet berust en niet hoeft te berusten.

7. De voorzieningenrechter stelt vast dat er tussen partijen discussie bestaat over de eigendomssituatie van de strook grond waar parkeerplaatsen zullen worden gerealiseerd ten behoeve van de zorgwoningen. De raad bestrijdt dat Lithos Projecten B.V. eigenaresse is van die strook grond. Lithos Projecten B.V. en anderen hebben vooralsnog geen stuk overgelegd waaruit onomstotelijk blijkt dat Lithos Projecten B.V. eigenaresse is. Zij hebben ter zitting aangegeven dat nog nader onderzoek nodig is om de eigendomssituatie vast te stellen. Gelet hierop is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk gemaakt dat het plan niet uitvoerbaar is door de aanwezigheid van een privaatrechtelijke belemmering.

Voor zover al sprake is van een privaatrechtelijke belemmering is deze vooralsnog niet evident. Verder heeft de raad bestreden dat erfdienstbaarheden in de weg staan aan de uitvoering van het plan. Ook in zoverre is de voorzieningenrechter van oordeel dat Lithos Projecten B.V. en anderen niet aannemelijk hebben gemaakt dat in zoverre sprake is van privaatrechtelijke belemmeringen met een evident karakter. Over de door Lithos Projecten B.V. en anderen gestelde strijd met artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek, stelt de raad terecht dat het plan geen bebouwing toestaat binnen 2 m van het erf van Lithos Projecten B.V.

Op basis van de planregels mag alleen worden gebouwd binnen het bouwvlak. Het bouwvlak reikt niet zover dat kan worden gebouwd binnen 2 m afstand van het erf van Lithos Projecten B.V. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het oordeel dat artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek een belemmering vormt voor de uitvoering van het plan.

8. Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Priem, griffier. De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Uitgesproken in het openbaar op 6 april 2022 646