Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2022:977 ECLI:NL:RVS:2022:977 AI generated

ECLI:NL:RVS:2022:977 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2022:977
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202201421/2/R3. Datum uitspraak: 29 maart 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [verzoeker], wonend te Goudriaan, gemeente Molenlanden, tegen uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 februari 2022 in zaak nr. 21/1756 in het geding tussen: [verzoeker] en het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden. Openbare zitting gehouden op 29 maart 2022 om 11:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. N. Verheij, voorzieningenrechter griffier: mr. M. Priem Verschenen: [verzoeker], bijgestaan door [gemachtigde]; Het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden, vertegenwoordigd door mr. R.Z.Y. Tan; ==================================== Bij besluit van 3 november 2020 heeft het college aan [verzoeker] een last onder bestuursdwang opgelegd om de woning op het perceel locatie] te Goudriaan te verwijderen en verwijderd te houden. In het besluit op bezwaar van 24 maart 2021 heeft het college deze last in stand gelaten. Het hoger beroep van [verzoeker] richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 18 februari 2022, waarbij het door hem ingestelde beroep tegen het besluit van 24 maart 2021 ongegrond is verklaard. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek strekt tot schorsing van de in bezwaar gehandhaafde last onder bestuursdwang totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, zodat hij tot die tijd zijn woning niet hoeft te verwijderen. De voorzieningenrechter I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden van 24 maart 2021 en 3 november 2020; II. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 274,00 vergoedt. Daartoe overweegt hij het volgende. Volgens [verzoeker] is de voor zijn woning opgelegde last onrechtmatig. Omdat het college heeft aangekondigd dat het de woning op korte termijn zal laten verwijderen, heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter zal het verzoek uitsluitend beoordelen aan de hand van een belangenafweging. Indien de besluiten van 3 november 2020 en 24 maart 2021 niet worden geschorst, wordt de woning van [verzoeker] op korte termijn verwijderd als hij niet aan de last voldoet. Ter zitting heeft [verzoeker] toegelicht wat hiervan voor hem de gevolgen zijn. Daartegenover staat het belang van het college en [partijen] bij verwijdering van de woning. De woning is al vele jaren aanwezig. Niet gebleken is dat [partijen] veel overlast ervaren door de aanwezigheid van de woning. Ook anderszins is niet gebleken dat er een acuut belang bestaat bij verwijdering van de al lange tijd aanwezige woning. De voorzieningenrechter vindt het belang van [verzoeker] zwaarder wegen dan dat van het college en [partijen]. De voorzieningenrechter ziet dan ook aanleiding om het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening toe te wijzen. w.g. Verheij voorzieningenrechter. w.g. Priem griffier. 646

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2022:977 · Raad van State: 202201421/2/R3. Datum uitspraak: 29 maart 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [verzoeker], wonend te Goudriaan, gemeente Molenlanden, tegen uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 februari 2022 in zaak nr. 21/1756 in het geding tussen: [verzoeker] en het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden. Openbare zitting gehouden op 29 maart 2022 om 11:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. N. Verheij, voorzieningenrechter griffier: mr. M. Priem Verschenen: [verzoeker], bijgestaan door [gemachtigde]; Het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden, vertegenwoordigd door mr. R.Z.Y. Tan; ==================================== Bij besluit van 3 november 2020 heeft het college aan [verzoeker] een last onder bestuursdwang opgelegd om de woning op het perceel locatie] te Goudriaan te verwijderen en verwijderd te houden. In het besluit op bezwaar van 24 maart 2021 heeft het college deze last in stand gelaten. Het hoger beroep van [verzoeker] richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 18 februari 2022, waarbij het door hem ingestelde beroep tegen het besluit van 24 maart 2021 ongegrond is verklaard. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek strekt tot schorsing van de in bezwaar gehandhaafde last onder bestuursdwang totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, zodat hij tot die tijd zijn woning niet hoeft te verwijderen. De voorzieningenrechter I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden van 24 maart 2021 en 3 november 2020; II. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 274,00 vergoedt. Daartoe overweegt hij het volgende. Volgens [verzoeker] is de voor zijn woning opgelegde last onrechtmatig. Omdat het college heeft aangekondigd dat het de woning op korte termijn zal laten verwijderen, heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter zal het verzoek uitsluitend beoordelen aan de hand van een belangenafweging. Indien de besluiten van 3 november 2020 en 24 maart 2021 niet worden geschorst, wordt de woning van [verzoeker] op korte termijn verwijderd als hij niet aan de last voldoet. Ter zitting heeft [verzoeker] toegelicht wat hiervan voor hem de gevolgen zijn. Daartegenover staat het belang van het college en [partijen] bij verwijdering van de woning. De woning is al vele jaren aanwezig. Niet gebleken is dat [partijen] veel overlast ervaren door de aanwezigheid van de woning. Ook anderszins is niet gebleken dat er een acuut belang bestaat bij verwijdering van de al lange tijd aanwezige woning. De voorzieningenrechter vindt het belang van [verzoeker] zwaarder wegen dan dat van het college en [partijen]. De voorzieningenrechter ziet dan ook aanleiding om het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening toe te wijzen. w.g. Verheij voorzieningenrechter. w.g. Priem griffier. 646

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text