Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2022:806 ECLI:NL:RVS:2022:806 AI generated

ECLI:NL:RVS:2022:806 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2022:806
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202102187/1/V3. Datum uitspraak: 21 maart 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind, verzoekster, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb). Procesverloop De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. P.A.J. Mulders, advocaat te Groningen, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 10 maart 2021 in zaak nr. NL20.12229. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft desgevraagd een nader stuk ingediend.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75a van de Awb, artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2022:806 · Raad van State: 202102187/1/V3. Datum uitspraak: 21 maart 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind, verzoekster, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb). Procesverloop De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. P.A.J. Mulders, advocaat te Groningen, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 10 maart 2021 in zaak nr. NL20.12229. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft desgevraagd een nader stuk ingediend.

Keywords

AI generated
artikel 8:75a van de Awb artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75a van de Awb
Datum uitspraak: 21 maart 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind, verzoekster, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb).
artikel 8:75 van de Awb

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2019:1084
201806051/1/V3. Datum uitspraak: 8 april 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 20 juli 2018 in zaak nr. NL18.10957 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 8 juni 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
ECLI:NL:RVS:2021:180
201904542/1/V3. Datum uitspraak: 28 januari 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb). Procesverloop De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Thelosen, advocaat te Amsterdam, heeft tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 14 mei 2019 in zaak nr. 18/9839, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 22 december 2020 heeft de vreemdeling het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten. Op verzoek van de Afdeling heeft de staatssecretaris een verweerschrift ingediend. Overwegingen 1. De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken naar aanleiding van de brief van de staatssecretaris van 17 december 2020. Daarin staat dat de staatssecretaris het bij de rechtbank bestreden besluit van 19 december 2018 intrekt.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202102187/1/V3. Datum uitspraak: 21 maart 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind, verzoekster, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb). Procesverloop De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. P.A.J. Mulders, advocaat te Groningen, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 10 maart 2021 in zaak nr. NL20.12229. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft desgevraagd een nader stuk ingediend.

De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de staatssecretaris te veroordelen in de bij haar opgekomen proceskosten. Overwegingen 1. De vreemdeling heeft de Ethiopische nationaliteit en heeft verklaard dat zij afkomstig is uit de regio Tigray. Bij brief van 22 november 2021 heeft de staatssecretaris aan de Afdeling laten weten dat hij het besluit van 13 mei 2020 heeft ingetrokken en dat hij een nieuw besluit zal nemen op de asielaanvraag van de vreemdeling, omdat het landenbeleid voor Ethiopië ten aanzien van etnisch Tigreeërs is aangepast.

In reactie daarop heeft de vreemdeling laten weten dat zij het hoger beroept intrekt en heeft zij de Afdeling verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten.

2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraken van 8 april 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1084) en 28 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:180) kan aanleiding bestaan de staatssecretaris met toepassing van artikel 8:75 van de Awb tot vergoeding van de proceskosten te veroordelen als hij aan de vreemdeling tegemoet gekomen is. Uit de uitspraak van 28 januari 2021 volgt ook dat van tegemoetkomen geen sprake is als een in beroep bestreden besluit is ingetrokken wegens een veranderde omstandigheid. Een beleidswijziging als hier aan de orde is een dergelijke veranderde omstandigheid.

3. Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier. w.g. Bijloos lid van de enkelvoudige kamer w.g. Annen griffier Uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2022 765-981