Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2022:610 ECLI:NL:RVS:2022:610 AI generated

ECLI:NL:RVS:2022:610 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2022:610
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202200859/2/A3. Datum uitspraak: 24 februari 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van: [verzoeker A] en [verzoeker B], wonend te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, verzoekers, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg (hierna: de rechtbank) van 1 februari 2022 in zaak nr. 21/3215 en 21/3217 in het geding tussen: [verzoeker A] en [verzoeker B] en de burgemeester van Sittard-Geleen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2022:610 · Raad van State: 202200859/2/A3. Datum uitspraak: 24 februari 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van: [verzoeker A] en [verzoeker B], wonend te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, verzoekers, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg (hierna: de rechtbank) van 1 februari 2022 in zaak nr. 21/3215 en 21/3217 in het geding tussen: [verzoeker A] en [verzoeker B] en de burgemeester van Sittard-Geleen.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202200859/2/A3. Datum uitspraak: 24 februari 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van: [verzoeker A] en [verzoeker B], wonend te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, verzoekers, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg (hierna: de rechtbank) van 1 februari 2022 in zaak nr. 21/3215 en 21/3217 in het geding tussen: [verzoeker A] en [verzoeker B] en de burgemeester van Sittard-Geleen.

Openbare zitting gehouden op 24 februari 2022 om 11:45 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.H.M. van Altena, voorzieningenrechter griffier: mr. B. Ley-Nell Verschenen: - [verzoeker A] en [verzoeker B], bijgestaan door mr. J.M. McKernan, advocaat te Sittard; - De burgemeester, vertegenwoordigd door mr. B.A.M. Hendrix en mr. P.M. Hellenbrand. De rechtbank Limburg heeft in haar uitspraak van 1 februari 2022 de sluiting van de woning van [verzoeker A] en [verzoeker B] voor de duur van zes maanden in stand gelaten. [verzoeker A] en [verzoeker B] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat het besluit van de burgemeester tot sluiting van de woning wordt geschorst, totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

De voorzieningenrechter I. wijst het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen toe; II. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst totdat op het hoger beroep is beslist. Daartoe wordt het volgende overwogen. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is niet op voorhand evident dat het besluit tot sluiting van de woning - wat de aangetroffen harddrugs betreft - geheel in stand zal kunnen blijven, mede gelet op alle omstandigheden van het geval. De woning is nu ruim viereneenhalve maand gesloten.

Gelet op de nijpende financiële en woonsituatie van [verzoeker A] en [verzoeker B] en het belang van de drie minderjarige kinderen, en het feit dat betrokkenen gelet op het vonnis van de kantonrechter kunnen terugkeren naar de woning, ziet de voorzieningenrechter aanleiding voormelde voorziening te treffen tot schorsing van de woningsluiting totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen 597