ECLI:NL:RVS:2022:3815 · Raad van State
Legislator summary
AI generated202107189/1/A3. Datum uitspraak: 14 december 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 16 september 2021 in zaak nr. 20/2210 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard. Openbare zitting gehouden op 14 december 2022 om 10:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer. griffier: mr.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2022:3815 · Raad van State: 202107189/1/A3. Datum uitspraak: 14 december 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 16 september 2021 in zaak nr. 20/2210 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard. Openbare zitting gehouden op 14 december 2022 om 10:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer. griffier: mr.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
202107189/1/A3. Datum uitspraak: 14 december 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 16 september 2021 in zaak nr. 20/2210 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard. Openbare zitting gehouden op 14 december 2022 om 10:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer. griffier: mr.
Y. Soffner Verschenen: [appellant], bijgestaan door mr. ing. A.T. Tilburg, advocaat te Spijkenisse; Het college, vertegenwoordigd door P.J. VIcek en A.J. Kras-Skladnik. Bij besluit van 26 september 2019 heeft het college beslist op het verzoek van [appellant] om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) informatie openbaar te maken. Bij besluit van 11 maart 2020 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar deels gegrond verklaard, deels niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 16 september 2021 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Het hoger beroep van [appellant] richt zich tegen de uitspraak van 16 september 2021 van de rechtbank Rotterdam. De Afdeling I. verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Gronden: [appellant] heeft op 26 juli 2019 een verzoek op grond van de Wob ingediend. Hij heeft daarbij het college verzocht om openbaarmaking van de geluidsopnames die zijn gemaakt tijdens de hoorzittingen van de Werkgevercommissie waarbij hij en het college zijn gehoord. Het college heeft besloten de geluidsopnames openbaar te maken. Door openbaarmaking van de geluidsopnames heeft [appellant] gekregen waar hij om heeft verzocht.
Nu het verlangde is bereikt, kan [appellant] met deze procedure, die alleen ziet op openbaarmaking op grond van de Wob, niets meer bereiken. De mededeling van het college in zijn besluiten dat [appellant] in strijd met de Algemene Verordening Gegevenswerking handelt indien hij de geluidsopnames publiceert zonder de namen van de betrokkenen te anonimiseren, betreft slechts een mededeling van informatieve aard. Deze mededeling heeft in deze procedure geen betekenis. w.g. Verheij lid van de enkelvoudige kamer w.g. Soffner griffier 818