Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2022:3567 ECLI:NL:RVS:2022:3567 AI generated

ECLI:NL:RVS:2022:3567 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2022:3567
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Artikel 8:15 van de Awb luidt: "Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden." 2. [appellant] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat de schijn van vooringenomenheid is gewekt omdat de staatsraad in het hogerberoepschrift geen aanleiding heeft gevonden om getuigen op te roepen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:15 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2022:3567 · Raad van State: [appellant] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat de schijn van vooringenomenheid is gewekt omdat de staatsraad in het hogerberoepschrift geen aanleiding heeft gevonden om getuigen op te roepen.

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:15 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum beslissing: 5 december 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op een verzoek van: [appellant], wonend te Utrecht, verzoeker, om toepassing van artikel 8:15 van de Awb.
artikel 8:15 van de Awb
Datum beslissing: 5 december 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op een verzoek van: [appellant], wonend te Utrecht, verzoeker, om toepassing van artikel 8:15 van de Awb.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202107453/2/A3. Datum beslissing: 5 december 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op een verzoek van: [appellant], wonend te Utrecht, verzoeker, om toepassing van artikel 8:15 van de Awb. Procesverloop Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 4 december 2022 heeft [appellant] verzocht om wraking van staatsraad mr. C.J. Borman (hierna: de staatsraad) als lid van de Afdeling belast met de behandeling van de zaak nr. 202107453/1/A3. De staatsraad heeft niet in de wraking berust. De Afdeling heeft het wrakingsverzoek ter zitting behandeld op 5 december 2022. [appellant] heeft via een videoverbinding aan de zitting deelgenomen. De staatsraad heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord. Beslissing Bij mondelinge beslissing van 5 december 2022 heeft de Afdeling het verzoek om wraking afgewezen. Overwegingen Daartoe heeft de Afdeling het volgende overwogen.

1. Artikel 8:15 van de Awb luidt: "Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden." 2. [appellant] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat de schijn van vooringenomenheid is gewekt omdat de staatsraad in het hogerberoepschrift geen aanleiding heeft gevonden om getuigen op te roepen.

3. De beslissing om getuigen op te roepen is een procesbeslissing. De vraag of een procesbeslissing al dan niet juist is, staat niet ter beoordeling in de wrakingsprocedure, omdat het instrument van wraking niet is bedoeld om aan te wenden als rechtsmiddel tegen de inhoud van procesbeslissingen. Zulke procesbeslissingen kunnen slechts leiden tot inwilliging van een wrakingsverzoek, als deze op zich, dan wel in onderlinge samenhang bezien, dan wel bezien in samenhang met het verdere optreden van de staatsraad, een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat daaruit blijkt van partijdigheid van de staatsraad die de betrokken beslissing of beslissingen heeft genomen.

In wat [appellant] heeft aangevoerd heeft de Afdeling geen grond gevonden voor het oordeel dat een dergelijke situatie zich in dit geval voordoet. De enkele omstandigheid dat de staatsraad zich nog niet heeft uitgelaten over het al dan niet oproepen van de door [appellant] bedoelde getuigen, biedt geen grond voor het oordeel dat de staatsraad vooringenomen heeft gehandeld. Aldus uitgesproken door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. C.H. Bangma, leden, in tegenwoordigheid van mr. G.J. Deen, griffier. w.g. Drop voorzitter w.g.

Deen griffier 604